Bij mannen zijn de grappen harder

NRC, 23 november 2017

Kantoorhumor Een gekscherende opmerking op de werkvloer is snel gemaakt. Maar hoe zet je humor goed in, en wanneer gaat een grap te ver?

Foto iStock 

Bij Capability op kantoor hangt een groot scherm, waar grappige foto’s op geplaatst kunnen worden. Een foto van een collega die lijkt op Donald Trump, naast een foto van de (echte) Amerikaanse president. Een plaatje van een bejaarde vrouw met daaronder de tekst ‘#MeToo, please’.

„Je hebt humor nodig om een angstcultuur tegen te gaan”, zegt Titus Kramer, eigenaar van arbo- en verzuimmanagementbedrijf Capability. Toen het #MeToo-debat oplaaide werd hij een beetje nerveus, bang dat het de werkvloer in negatieve zin zou raken. Uiteindelijk besloot hij alle vrouwelijke werknemers een schoudermassage te geven, gevolgd door de woorden: „Nu kunnen jullie me allemaal aanklagen, dan hebben we dat gehad.”

Vroeg of laat zullen er, net als over andere serieuze thema’s, toch grappen over gemaakt worden

#MeToo

Humor biedt een uitlaatklep voor dingen die niet gemakkelijk bespreekbaar te maken zijn, zegt hoogleraar klinische en gezondheidspsychologie Sibe Doosje. Doosje is gepromoveerd op humor aan de Universiteit Utrecht en geeft met zijn bedrijf Humorlab lezingen en workshops over humor. Op de werkvloer heb je volgens Doosje flauwe humor, zoals je bij Debiteuren/Crediteuren van het televisieprogramma Jiskefet zag, en het soort humor dat serieuze onderwerpen luchtiger kan maken. Als er bijvoorbeeld ontslagen vallen, of als er teveel werk is. Doosje: „Het kan soms fijner zijn ergens grappen over te maken, dan eraan onderdoor te gaan.”

In beide gevallen maakt humor het werk in ieder geval leuker en is het goed voor de band met je collega’s. Maar niet alle onderwerpen zijn even geschikt om grappen over te maken, zegt Doosje. „Soms gaat de ernst van een situatie voor of moet ergens tijd overheen.” Hij noemt de aanslagen op 11 september 2001, of recenter het #MeToo-debat. „Maar vroeg of laat zullen er, net als over andere serieuze thema’s, toch grappen over gemaakt worden. Humor is in dat geval een manier van verwerking.”

Dat er bij Capability op kantoor nú al grappen over #MeToo worden gemaakt, kan volgens Kramer liggen aan de bedrijfscultuur. Hij merkt op dat het middelgrote bedrijf bijvoorbeeld geen sterke hiërarchie kent. Zijn deur staat altijd open en grappen over de baas worden ook gestimuleerd. Al geeft hij toe dat niet elke grap altijd in goede aarde valt, en dat het voor nieuwe collega’s soms wennen is. Maar, zegt Kramer: „Daar staat tegenover dat conflicten hier misschien sneller worden uitgepraat.”

Stand-upcomedian Mino van Nassau, die ‘humorworkshops’ aan bedrijven geeft, noemt een vertrouwde omgeving als randvoorwaarde. Het is net als met zingen, zegt hij. Onder de douche lukt dat vaak wel, maar eenmaal op de bühne klapt men dicht. „Wanneer er op kantoor een groot onderling vertrouwen is en weinig hiërarchie, kunnen er meer grappen worden gemaakt. Het is overigens altijd wel verstandig ervoor te zorgen dat je je collega’s eerst goed kent.”

In de workshops van zijn bedrijf Comedy Team laat Van Nassau mensen in groepjes van vijf een improvisatieoefening à la het televisieprogramma De Lama’s uitvoeren. Een voorbeeld: verzin de grappigste antwoorden op de vraag ‘wat niet te zeggen in een operatiekamer?’ Werknemers uit verschillende lagen van het bedrijf koppelt hij aan elkaar: de directeur en de schoonmaker, de stagiair en de oude rot.

Afhankelijk van de bedrijfssamenstelling en de bedrijfscultuur merkt Van Nassau in de uitvoering grote verschillen. „Bij mannen zijn de grappen bijvoorbeeld harder en is er meer geoorloofd. Bij vrouwen gaat het meer over herkenbare situaties.” In het algemeen merkt hij dat maatschappelijke ontwikkelingen als de financiële crisis en de druk van politieke correctheid ons voorzichtiger hebben gemaakt. „Eigenlijk is alleen de woordgrap door sociale media in populariteit toegenomen.”

Heksenjacht

Trendwatcher Adjiedj Bakas stelt zelfs dat de terreur van politieke correctheid ervoor zorgt dat veel grappen helemaal niet meer gemaakt worden. Hij noemt het satirische televisieprogramma Toren C, waar hij zelf groot fan van is. „Hoewel de sketches in dat programma lekker overdreven zijn, zijn het tegelijkertijd uitvergrotingen van reële situaties op kantoor.” We kijken er volgens Bakas nu met nostalgie naar: grappen waarbij machtsverhoudingen een rol spelen kunnen bijvoorbeeld niet meer. Mensen zijn als de dood dat iemand naar personeelszaken stapt.

Men loopt op eierschalen, betoogt Bakas. „De Middeleeuwen van de kantoorhumor zijn aangebroken. Humor zoekt zijn weg nu ondergronds – het ontstaan van Whatsapp-groepjes waarin grappen binnen vertrouwde kring gedeeld worden is daar het beste voorbeeld van.” Maar daarbuiten woedt een heksenjacht op politieke incorrectheid, zegt Bakas. „Zo zorgt het #MeToo-debat dit jaar voor het verdwijnen van seksistisch getinte grappen.”

Ook Doosje denkt dat het humordiscours van bijvoorbeeld seks en relaties onder druk staat. Toch voorspelt Bakas dat we tegen het einde van 2018 kunnen hopen op een kentering. „We zullen genoeg hebben van de betutteling en weer behoefte hebben aan domme blondjes-grappen.” Ook maken grappen over de baas een comeback, voorspelt hij, nu de economie weer aantrekt.

Vijf tips van comedian Mino van Nassau

1. Vergelijk grappen maken met iemand versieren. Iemand aanspreken op Tinder is makkelijk, het echte werk vergt oefening en geduld.

2. Doseer en tast af. Soms ga je te ver en dan moet je weer een stapje terug doen.

3. Speel met technieken. Zoals overdrijving of omkering.

4. Ken je collega’s. Met meer kennis is er meer materiaal om je grappen op te baseren.

5. Durf ruimte te bewaren. Vaak is het eerste dat je wil zeggen niet het grappigste, maar het tweede of derde wel. Roep dus niet te snel.

Advertisements

Verhalen uit Kreenholm

Mister Motley, 31-10-2017

Door een halfopen stalen deur gaan we een van de oude werkruimtes van de Kreenholm textielfabriek in. Sinds 2010 is de fabriek in de Ests-Russische grensstad Narva, gesloten. De muren, vloer en plafonds van wat ooit de grootste fabriek van de Sovjet-Unie was, zijn wit. Een laag stof heeft zich op elke mogelijke oppervlakte van de uitgestrekte ruimte verzameld. Door het midden lopen twee rijen pilaren. Het doet denken aan een ruïne van een Romeinse tempel.

 

Op de muren van de werkruimte kleven nog verwrongen lagen lichtgeel en blauw behang, het is nauwelijks te zien welke kleur de laatste laag is geweest. De pilaren zijn beplakt met posters van het werk van kunstenaar Maria Kapajeva. Vrouwen in werkschorten en een hoofddoekje op kijken vanaf uitvergrote foto’s hun vroegere werkruimte in en vertellen in een paar alinea’s tekst hun verhaal.
Met een groep curatoren zijn we op deze herfstige ochtend naar de grensstad getrokken, waar de Estse Tallinn Photomonth contemporary art biennial zich dit jaar naartoe uitgebreid heeft. Narva is met 95 procent Russischtalige inwoners het centrum van de Russischtalige minderheid in Estland. Tot nu toe reisden niet veel mensen uit de rest van het land ernaartoe en ook andersom is dit niet het geval. Daar willen culturele instellingen, zoals de biennial verandering in brengen. Zij zien de grenszone juist als vruchtbare grond voor ontmoeting en discussie.

Tõnu Tunnel

Tõnu Tunnel

Kapajeva is de hoofdexposant van de Photomonth in Narva en komt zelf uit de stad. Haar werk verhaalt over de sociale nalatenschap van de Kreenholm textielfabriek, over Oost-Europees feminisme, over collectiviteit en solidariteit. Haar beide ouders werkten in de fabriek. Kapajeva groeide op binnen de werkruimtes, dromend van een toekomst als textielkunstenaar. Inmiddels woont Kapajeva al elf jaar in Londen en exposeert ze haar kunst, waarin textiel vaak nog een rol speelt, over de hele wereld.

De verlatenheid in de vroegere fabrieksruimtes voelt droevig en ik vraag me af waar al die vrouwen die op de foto’s van Kapajeva staan, nu zijn. Zitten ze in hun afzonderlijke huizen, achter hun afzonderlijke bureaus, kassa’s of balies? En denken ze nog vaak aan hoe ze hier stonden – in lange rijen, zij aan zij? Kapajeva vertelt dat er in Narva de afgelopen twintig jaar vooral grote supermarkten zijn gebouwd en dat een groot deel van de voormalige werknemers van de fabriek nu achter de kassa zit. De fabriek – die op een eiland precies op de grens tussen de twee landen ligt – bood werk aan een groot deel van de inwoners van Narva en zorgde voor sociale cohesie. Toen de fabriek failliet werd verklaard, verloren veel mensen niet alleen hun baan maar ook een tastbaar deel van hun sociale identiteit.
Kapajeva verliet Narva toen zij achttien was en ging studeren in de universiteitsstad Tartu. Haar studie op de kunstschool in Ivangorod  – aan de overkant van de Narva-rivier  – , moest zij onderbreken toen Estland onafhankelijk werd. De brug die tot dan toe slechts een verbinding tussen twee oevers was, werd een grensovergang.

Maria Kapajeva & Tõnu Tunnel

Voelt ze zich nog thuis in de stad, behoort ze er nog? Ze kan het niet met zekerheid zeggen. Natuurlijk is het haar thuis, maar ze voelt zich eerder net als overal op een bepaalde manier een vreemde. In Narva, omdat ze al zo lang weg is. In de rest van Estland, omdat ze Russisch spreekt. In Londen omdat ze geen Engelse is. Toch voelt ze, wanneer ze bezig is met haar Kreenholm-project en oude werknemers van de fabriek portretteert, hoezeer deze geschiedenis ook van haar deel uitmaakt.

Deze vragen zijn niet enkel persoonlijk, maar van belang voor de gemeenschappelijke sociale identiteit van het hele Estse volk, zegt Liisa Kaljula, collectie curator van het Art Museum of Estonia, en curator van Kapajeva’s tentoonstelling. Ze ziet een tendens dat Esten hun herinneringen aan de Sovjettijd liever vergeten of verdringen, dan dat ze die omarmen als een deel van zichzelf. Gebouwen van architectonische waarde en kunst worden vernietigd omdat er een pijnlijke herinnering aan verbonden is, en vervangen door een modern exemplaar. De gemeenschappelijke identiteit wordt vooral ontleend aan de toekomst en niet aan het gezamenlijk verleden, waaruit die toekomst ontspruit.

Maria Kapajeva & Tõnu Tunnel

Als expert op het gebied van post-Sovjet kunst en cultuur vindt Kaljula dit zonde. “Onze geschiedenis mag complex zijn, maar het vormt ons tot wie we nu zijn en wie we zullen worden,” zegt ze. “In die complexiteit ligt juist onze unieke persoonlijkheid en kracht als volk. In korte tijd hebben we twee totaal verschillende systemen meegemaakt. Collectiviteit en socialisme, individualisme en kapitalisme. De snelle ontwikkeling die we hebben doorgemaakt als land, en onze economische successen – waar nu vaak de nadruk op wordt gelegd – hebben meer kracht als je ze plaatst in dit grotere geheel dan wanneer je ze los beschouwt. De paradox ligt wat mij betreft in het feit dat de meest indringende kunst juist ontstaat uit de dingen die je misschien liever wilt verbergen.”

Ook Kapajeva kan zich de overgang van systemen goed herinneren. “Het was een schok. De onafhankelijkheid van Estland bracht crisis met zich mee voor de Russisch-Estse bevolking, maar was tegelijkertijd ook een groot cadeau. We moesten onder ogen zien dat wat je altijd geloofd had, niet de enige waarheid was. Dat vormt je en maakt je een rijker mens.” Deze geschiedenis maakt juist een stad als Narva of een land als Estland een belangrijke plek om de discussie te voeren over sociale identiteit, vindt curator Kaljula. En kunst is hierin misschien wel een van de beste middelen, een gemeenschappelijke taal. In dit specifieke geval niet in het minst omdat er een traditionele taalbarrière bestaat tussen de verschillende culturen.

Maria Kapajeva & Tõnu Tunnel

De ‘decollages’ van Kapajeva, waarbij de figuren van de werkers uit oud-promotiemateriaal van de fabriek zijn gesneden, geven een indruk van verlorenheid. Van iets dat mist. Een verhaal zonder personages, een realiteit die achter is gelaten. Het idee dat de vrouwen die ooit samen in de fabriek stonden, nu ieder op hun eigen plekje zitten, raakt aan de overgang van collectiviteit naar individualisme. Het feminisme in Oost-Europa is daarom bijzonder om te onderzoeken, vindt Kapajeva. Waar er in het kapitalisme een competitie bestaat tussen vrouwen, ontleenden hier vrouwen niet lang geleden hun persoonlijke waarde nog aan hun gemeenschapsgevoel. Veel fabriekswerkers die ze interviewde, voelden een sterke nostalgie. Hoewel het werk lichamelijk zwaar en uitputtend was, was er iets dat raakte aan hun innerlijke wezen.

In de maatschappij van vandaag heeft solidariteit zijn waarde verloren. We moeten vechten om in leven te blijven. Het is ieder voor zich. De manier waarop verschillende economische systemen het gemeenschapsgevoel van vrouwen beïnvloeden, mag volgens Kaljula meer belicht worden.

Maria Kapajeva & Tõnu Tunnel

 

 

Gepubliceerd op Mister Motley

http://www.mistermotley.nl/art-everyday-life/verhalen-uit-kreenholm

Zo bouw je een carrière op in een nieuw land

NRC, 05-10-2017

Mirela Sula oprichter Global Women Network

De Albanese Mirela Sula helpt vrouwen met het opbouwen van een carrière in een nieuw land.

Voor het drijvend restaurant Sea Palace aan de Oosterdokskade in Amsterdam poseert een groepje vrouwen met veel gelach en geroep voor een foto. Ze stappen vervolgens een rondvaartboot in. Voorop loopt een kleine vrouw met onberispelijk gekapt kort haar. Haar naam is Mirela Sula. Ze is de oprichtster van het Global Woman Network en even in Nederland voor een evenement van haar organisatie.

Sula, geboren in een klein dorpje in communistisch Albanië, zet zich al jaren in voor vrouwenrechten. Ze was een van de eerste leiders van de feministische organisatie Intellectual Women en ontwikkelde zich in haar land tot geprezen journalist, schrijver, psycholoog en activist.

Vijf jaar geleden emigreerde ze naar Londen. Daar merkte ze hoe lastig het was om als nieuwkomer in een land je eigen beroep uit te oefenen. Ze besloot het ondernemerspad in te slaan en begon het Migrant Woman Magazine, een tijdschrift met interviews met ondernemende vrouwelijke migranten.

Het tijdschrift bleek een succes, en het begin van iets groters. Sula zocht de geïnterviewde vrouwen op en bracht ze met elkaar in contact. Zo ontstond een netwerk van migrantenvrouwen, die elkaar ondersteunden in het opbouwen van hun carrière.

Het aantal hoogopgeleide migranten in de Europese Unie neemt toe. Uit de jaarlijkse Global Skills Index van recruitmentbureau Hays en Oxford Economics blijkt dat 29 procent van de migranten in de EU hoogopgeleid is, een toename van 3 procent ten opzichte van vijf jaar eerder. Volgens het rapport is dit een van de belangrijkste redenen dat de druk op de mondiale arbeidsmarkt dit jaar voor het eerst sinds 2012 licht is afgenomen.

Maar hoe vind je in een nieuw land werk dat past bij jou en je opleidingsniveau? Of je nu uit Albanië of Zimbabwe komt, in de uitdagingen en kansen voor migrantenvrouwen zitten veel overeenkomsten, zegt Sula op de rondvaartboot met een glas champagne in haar hand. „Wie succesvol wil zijn en wil groeien, moet uit haar comfortzone treden. De eerste stap is eigenlijk al gezet door te emigreren.”

Als migrant voel je je een vreemde

De grootste barrières die vrouwelijke migranten volgens Sula ervaren bij het vinden van werk zijn de taal, de angst voor afwijzing en kritiek en een gebrek aan zelfvertrouwen. „Als migrant voel je je een vreemde. Het blijkt vaak lastig om te integreren op de werkvloer of daar überhaupt binnen te komen. Maar bedenk dat het een proces is. Oude culturele waarden moeten langzaam ruimte maken voor nieuwe.”

Dit geldt ook voor de nieuwe stroom vrouwelijke vluchtelingen, aldus Sula. Al merkt ze dat er onder deze groep in eerste instantie ook een andere behoefte is: „De vluchteling voelt zich vaak aangetast in haar menselijke waarden en heeft de behoefte aan een veilige omgeving om zichzelf weer te kunnen laten gelden. Die veilige omgeving willen wij graag bieden met het Global Women Network.”

Klaar om een koe te doden

Sula heeft geen concreet lesprogramma en ziet zichzelf ook niet als coach, zegt ze. Het liefst vertelt ze haar eigen verhaal, of dat van anderen, om te inspireren. Sula haalt haar mobiele telefoon tevoorschijn om een Facebookbericht te tonen. ‘Ik ben klaar om mijn koe te doden’ staat er boven de tekst. Sula licht toe: „Dat is een legende die ik vaak vertel. Die gaat over de leden van een arm gezin die heel hun leven hebben gebouwd rondom de enige koe die ze in hun bezit hebben. Hun leven verloopt moeizaam: de koe moet verzorgd worden, maar brengt niet genoeg op. Op een dag komt een spiritueel leraar in hun dorp en de dorpelingen vragen hem hoe het gezin geholpen kan worden. De man kijkt rond, loopt naar de weide waar de koe staat en steekt deze neer.”

Met dit verhaal, zegt Sula, wil ze illustreren dat we blind kunnen zijn voor hoe bepaalde verplichtingen ons meer tegenhouden dan ons tot dienst zijn. „Nadat ze hun koe zijn kwijtgeraakt, begint het gezin gewassen te verbouwen. Een jaar later hebben ze genoeg te eten en iets over om te verhandelen op de markt. De leraar had gezien dat de koe hen tegenhield.”

Wanneer de verplichting wegvalt, wordt ons brein noodgedwongen creatief, zegt Sula. Lachend: „Mijn eigen koe was mijn echtgenoot. Toen ik dat doorkreeg, besloot ik hem te verlaten. Niet veel later zat ik met twee koffers en mijn kind op het vliegtuig naar Londen.”

Heeft Sula als geslaagde vrouw niet makkelijk praten? Ook zij begon haar nieuwe bestaan in Londen met schoonmaakklusjes, vertelt ze. „De positie van migranten is kwetsbaar, maar tegelijkertijd gunstig. Ze kunnen helemaal opnieuw beginnen, de mogelijkheden liggen open.”

Ze adviseert migranten die schone lei zo snel mogelijk in te vullen met activiteiten die raken aan hun streven. „Als je toch nieuwe mensen moet ontmoeten, ga dan meteen naar plekken waar je deel van zou willen uitmaken. Durf contact te leggen. Investeer je tijd en kennis door mee te denken of vrijwilligerswerk te doen.”

Maar dat is niet haar enige advies. Door haar achtergrond als psycholoog weet Sula dat de emotionele basisbehoeften van vrouwen overal ter wereld hetzelfde zijn: liefhebben, ergens bij horen en geaccepteerd worden. „Wanneer deze behoeften niet vervuld worden, ligt depressie op de loer. Het vinden van een gemeenschap waar je bij kunt horen, maar ook bij kunt dragen creëert mogelijkheden.”

Tot slot adviseert ze nieuwkomers vooral om – cliché maar waar – niet op te geven. „Hou vol. Ook al voel je je nu nog verloren, weet dat je dapper en veerkrachtig bent. De eerste stap heb je al gezet.”

 

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/05/vul-die-schone-lei-zo-snel-mogelijk-in-13336890-a1575979

Holland valmistub viimsekspäevaks

Eesti Ekspress, 27-09-2017

Nostradamuse jutustused, 2000. aasta saabudes kinni jooksma pidanud tehnoloogia ja muud vandenõuteooriad – meid kõiki on vähemalt korra pandud kahtlustama maailma lõpu peatset saabumist.

On neidki, keda võimalik maailma lõpp hoiab haardes igapäevaselt. Nad on ettevalmistujad ehk doomsday prepper’id või survivalistid, kes pühendavad suure osa oma elust sellele, et ennast ja oma perekonda apokalüpsise tulekuks valmis seada.

On hiline laupäevapärastlõuna ja päike piilub läbi pilvede, kui ma Utrecht Centraali raudteejaama Almariga kohtuma lähen. Olen tema telefoninumbri salvestanud alias’e „Prepper“ all. Almar modereerib Hollandi kõige aktiivsemat survivalistide Facebooki-külge, kus postitatakse kõigest alates sõjavõimalustest ning lõpetades õpetusega ambude ostmise kohta. Seda lehekülge jälgib pidevalt 350 inimest.

Kui Almarile kirjutan, vastab ta ruttu, kuid ettevaatlikult. Jah, lähemal ajal on tulemas prepperite kokkusaamine, kuid ta ei ole liiga innukas mind kaasa kutsuma. Olin teatavat vastupanu ette aimanud ja teen kõik, et teda oma heades kavatsustes veenda.

ALMAR SAABUB elektersinises Toyotas, lehvitades. Inspekteerin tema auto sisemust viimsepäeva lähenemise kontekstis: ühes hoidikus on näha taskunuga, kuid muidu näeb kõik välja tavaline: mõned teekaardid ja pisut rämpsu. Kiirteele pöörates räägib Almar, et tahaks koos oma naise ja lapsega USAsse road-trip’ile minna. Miski ei viita sellele, et ta võiks peljata maailma ootamatut otsasaamist.

Küsin, mida tellitakse kõige rohkem. „Vibusid,“ vastab ta kahtlusteta. „Ka mul endal on üks, lasen seda aeg-ajalt tagaaias. Aga rohkem on see seotud tundega…“

Turundustöö tegemise kõrval peab Almar prepperite veebipoodi. Panen tähele, et kasutades sõna „prepper“ muutub ta hääl vaiksemaks, peaaegu otsekui tunnistades teatavat naeruväärsust, mis prepperite kultuurile on omistatud.

Küsin, mida tellitakse kõige rohkem. „Vibusid,“ vastab ta kahtlusteta. „Ka mul endal on üks, lasen seda aeg-ajalt tagaaias. Aga rohkem on see seotud tundega…“

Ta keskendub hetkeks autole, mis meist mööda kiirustab, ja jätkab siis: „Ma arvan, et see on seotud turvalisustundega. Enamikul meist ei ole tulirelva. Kui midagi juhtub, siis saan ma oma pere eest vähemalt mõned nädalad hoolitseda. See on rohkem, kui enamik öelda saab.“

Ja ta jätkab pärast pausi: „Paljud inimesed arvavad, et prepperid tahavad maailmalõppu. Kuid see pole üldse nii.“

Kui kiirteelt alla keerame, küsin Almarilt, mida ta kardab. Ja Almar naerab. „Seda küsitakse sageli. Ei, ma ei arva, et planeet kuhugi kaoks. Aga kui ma näen internetis videoid, kuidas noored poisid üksteist lihtsalt naljapärast oimetuks taovad, siis teeb mulle muret see, millisteks me oleme muutunud. Ma arvan, et me oleme kolmanda maailmasõja serval.“

Jätkame mööda külavaheteed. Läbi allakeeratud akende lendleb sisse tolmu. Lõpuks peatub meie ees väike veoauto, mille uks avaneb ulja hooga ning pikk noor mees astub meile lähemale. Tema rohelised riided annavad talle peaaegu jahimehe väljanägemise, sellal kui põsed on uskumatult roosad. Ta surub käe puusa, millel ripub nahkrihmaga kinnitatult suur nuga. „Hüpake küüti,“ ütleb ta, „kui soovi on.“

http://ekspress.delfi.ee/kohver/holland-valmistub-viimsekspaevaks?id=79631660

Je ontdekt ineens veel verborgen talent

Teambuilding Een dagje paardenfluisteren of een brandje blussen – het nieuwe bedrijfsuitje is méér dan samen bier drinken. Goed voor de dynamiek.

 

Continue reading “Je ontdekt ineens veel verborgen talent”

Peter Kentie: Estland is mijn hobby

Algemeen Dagblad/Eindhovens Dagblad, 17-07-17
 

EINDHOVEN – Het is de persoonlijke missie geworden van Peter Kentie, de Eindhovense stadsmarketeer: Estland verder opstuwen in de vaart der volkeren. En dat doet hij niet zonder succes. In Estland ontving Kentie al de National PR Award en hij kreeg er de titel Marketing Man van het jaar. De voormalige president van het land schudde hem de hand en voordat die wegliep, sprak hij enkel de volgende woorden tegen Kentie: ,,You gave away a million dollars.”

Anna Lillioja en Rob Burg 17-07-17, 14:34

Estland: sinds 1991 onafhankelijk van de Sovjet-Unie en in de periode van 1202 tot 1918 continu bezet geweest, door de Duitsers, de Russen, de Denen en de Zweden. In 1918 werd voor het eerst de Republiek Estland uitgeroepen en volgend jaar viert het land zijn honderdste verjaardag. De Esten zijn trots op hun onafhankelijkheid en hun land, op het behoud van hun taal en cultuur en op de natuur: vijftig procent van het land is bos. In de binnenlanden vind je sprookjesachtige moerassen en aan de kust witte zandstranden in de schaduw van oude pijnbomen. Kentie is er als een blok voor gevallen.

 

Identiteit van Estland

Met Eindhoven365 won Kentie onlangs voor de derde keer de nationale Citymarketing Trofee. Nu zit hij klaar op zijn kantoor, om de powerpoint van zijn uit de kluiten gewassen hobbyproject te tonen. Tien jaar geleden voer hij op een cruise vanuit Nederland naar de Oostzee. Daar zag hij toen slechts het middeleeuwse stadscentrum van Tallinn. Hoewel hij het mooi vond, kreeg hij geen indruk van het land. Pas in 2013, op een marketingcongres in het Finse Rovaniemi, sloeg de vonk over toen hij de directeur van Enterprise Estonia, de Estlandse landsmarketing, sprak. “Ze vertelde me over de identiteit van Estland”, herinnert Kentie zich. ,,Over dat Skype er opgericht is, over de digitale overheid, over de muziek en de cultuur.”

 

Just Estonishing

Een jaar later vloog hij naar Estland. In zijn koffer een marketingplan van 130 pagina’s, dat hij gratis en voor niets aanbood bij Enterprise Estonia. Het Just Estonishing concept is simpel. Het speelt in op de drie letters EST in de naam van het land. Een foto van componist Arvo Pärt met de tekst our bravEST composer, be our guEST op de flanken van een vliegtuig van Estlandse maatschappij Nordica, cutEST als opschrift op de muts van een blonde dame. ,,Ik kon er wel eindeloos veel bedenken”, zegt Kentie glunderend. ,,Maar bij vijftig ben ik maar gestopt.” Het idee kwam toen hij in Eindhoven een monteursbusje met de letters EST op de zijkant voorbij zag rijden.

 

Verstoorde relaties


Enterprise Estonia was terughoudend toen Kentie zijn idee bij hen op tafel legde. Kentie beaamt dat het een rare situatie is wanneer een buitenlander uit het niets een plan van 130 pagina’s bij je neerlegt en er niets voor vraagt. Kentie: ,,Dat verstoort natuurlijk ook relaties.” In de tussentijd had Kentie echter vrienden gemaakt in Estland en zijn campagne werd online geplaatst op een belangrijke blog.

In een poll van de Estlandse landelijke krant Postimees kreeg hij steun van 95 procent van de tienduizend stemmers. Kentie werd uitgenodigd in talkshows, gevraagd voor interviews en congressen. De reactie van het publiek? Hij toont een rits aan Facebookberichten: ‘Thank you, thank you, thank you!’, ‘Fantastic idea!’ en ‘You brought a tear into my eyes’.

Dat vrienden maken ging trouwens niet van een leien dakje, voegt hij eraan toe. Hij haalt er een recent wetenschappelijk onderzoek bij, waarin een internationale empathie-index is geformuleerd. Waar Nederland in de top vijf staat, vind je Estland op de een na laatste plek. Kentie: ,,Veel Esten zijn in zichzelf gekeerd en kijken je niet eens aan als je met ze praat. Dat is voor een Nederlander lastig.”

 

Eindhovens

Waarom Kentie dan juist voor Estland is gevallen? Hij ziet parallellen met Eindhoven. Creativiteit en onconventioneel denken, maar ook de mentaliteit. Hij wijst naar mijn armen die op mijn knieën rusten: ,,Ze zijn daar allemaal zoals jij. Juichen met je handen in je zakken.” Dat is ook heel Eindhovens, vindt Kentie, die ingehouden trots. ,,Waar Amsterdammers misschien iets roepen wat niet waar of bijna waar is, werken wij stug door en vergeten onze eigen successen te vieren. Eindhovenaren en Esten mogen hun trots wat meer van de daken schreeuwen.”

De vele inspanningen en activiteiten van stadsmarketeer Peter Kentie voor Estland gaan volgens eigen zeggen op geen enkele manier ten koste van zijn werkzaamheden als Eindhovens stadsmarketeer. Sterker nog, de stad heeft er zelf ook baat bij: ,,Estland is mijn hobby en een privéaangelegenheid. Er is geen opdrachtgever, ik heb het uit eigen beweging gedaan en ben supertrots dat ik zo ver ben gekomen”, zegt Kentie.

 

Finish gehaald


,,Een land gebruikt nu mijn creatieve werk. Voor Eindhoven is het ook positief; onze stad is nu een begrip in Estland in overheidskringen. Dit jaar is er een uitwisseling geweest met Estland op gebied van smart city en digitale overheid; dus alleen maar winnaars. Mijn project is nu klaar, ik werk er nu niet meer aan want ik heb de finish gehaald.”

De gemeente Eindhoven liet eerder weten geen enkel probleem te hebben met de werkzaamheden die de directeur van Eindhoven365, naast die voor de eigen stad, vervult voor Estland. ,,Feitelijk draagt zijn hobby zelfs bij aan zijn internationale netwerk én dat van Eindhoven”, aldus een woordvoerder.