Dit land is de ideale proeftuin

Gepubliceerd in NRC, 08/06/2017

Bedrijf oprichten? Word digitaal burger van Estland

Digitaal burgerschap in Estland

Sinds 2014 kun je je in Estland registreren als digitaal burger en met een paar kliks een bedrijf oprichten. Een uitkomst voor innovatieve ondernemers en digitale nomaden.

Illustratie iStock, Bewerking Studio NRC

Het is het land met de meeste topmodellen per inwoner, onderdeel van de Baltische Staten en het geboorteland van videochatdienst Skype. Zover komen zijn studenten meestal met het identificeren van Estland, vertelt Chris Polmans, Estlandexpert en gastdocent aan de Fontys Hogeschool. „En twee van deze beweringen zijn niet eens waar”, voegt hij eraan toe. „Estland verschilt in taal en geschiedenis evenveel van Letland en Litouwen als Nederland van Perzië, en Skype is een Zweeds bedrijf, in Estland opgericht.”

Toch is juist dat laatste kenmerkend voor het land. Sinds 2014 trekt Estland namelijk internationale start-ups aan via een zogeheten e-residency programma: je kunt, zonder enig fysiek contact met het land te hebben, digitaal burger van Estland worden. Iedere digitale burger ontvangt een speciale kaart die geldt als digitaal identificatiemiddel. Met de kaart kunnen allerlei zaken online geregeld worden, van stemmen tot bankzaken tot een check van je medische dossier. „Je kunt het vergelijken met een vergevorderde versie van de DigiD”, zegt Polmans. „Eentje waar Nederland een voorbeeld aan zou kunnen nemen.”

Plichten en privileges

De digitale identiteit geeft je alle rechten, plichten en privileges die bij het Estse burgerschap horen – zo ook het opzetten van een bedrijf. Digitaal burger ben je na een paar screenings en een bezoek aan de ambassade in jouw land. Een bedrijf registreren kan online en kost 180 euro. Sinds vorige maand is het, dankzij een samenwerking met een Fins fintechbedrijf, zelfs niet nodig naar Estland af te reizen om er een bankrekening te openen.

Inmiddels staan er 3.070 bedrijven en meer dan 20.000 e-residents uit 138 verschillende landen geregistreerd in Estland. Het programma past in de cultuur van locatieonafhankelijk ondernemen, en de immer groeiende groep digitale nomaden.

Maar digitaal burgerschap biedt ook een uitkomst voor ondernemers die tegengehouden worden door politiek beleid of bureaucratie in eigen land. Zoals Britten, die hun bedrijf graag in de Europese Unie willen houden. Na het Brexit-referendum zijn de Britse aanmeldingen verdubbeld en er is zelfs een speciale website opgericht voor Britten, die linkt naar het aanmeldproces: howtostayin.eu,

Maar waarom zou je als Nederlandse ondernemer juist voor Estland kiezen? Volgens Polmans is Estland „een ideale proeftuin voor internationale start-ups”. Er is ruimte voor innovatie: met een bevolking van 1,3 miljoen mensen durft men dingen „gewoon uit te proberen”.

Estland is daarnaast digitaal vergevorderd, zo is de gehele Estse digitale infrastructuur (regering, regelgeving, systemen en burgers) opgeslagen in de cloud. De belastingen zijn voordelig en de bevolking is er relatief hoogopgeleid en spreekt goed Engels. Economisch concurreert het land met de rest van Europa, maar de lonen liggen veel lager.

De facultatieve colleges die Polmans geeft aan de Fontys Hogeschool worden goed bezocht. Aan het einde van elk semester neemt hij zijn studenten mee op excursie naar de Estse hoofdstad Tallinn. Want hoewel je als digitaal burger in principe niet veel te maken hoeft te hebben met de Esten, besteden veel ondernemers door de gunstige lonen en competente arbeidskrachten een deel van hun werk toch uit in Estland.

Andere zakelijke mindset

Voor vertrek bereidt Polmans zijn studenten er wel op voor dat de communicatie en zakelijke mindset anders zijn dan we dat in Nederland gewend zijn. „We moeten niet vergeten dat het land sinds 1217, met een uitzondering van de periode tussen de wereldoorlogen, altijd bezet en onderdrukt is geweest. Onder de Russen werd elke Est die maar iets van bedrijfsnijverheid vertoonde per direct naar Siberië afgevoerd.”

Maar wanneer je eenmaal tot de Est weet door te dringen, ben je volgens Polmans een eerlijke en hardwerkende vriend rijker. Hoe je dat doet? Polmans: „Heb geduld en durf stiltes te laten vallen, zodat de ander ruimte krijgt om te spreken.”

 

‘IK ZIE HET ALS ONDERDEEL VAN EEN CONCURRENTIESTRIJD’

19141948_10155518220694430_100874286_n

Thijs van der Haak (39) staat aan het roer van Berlin Nutraceuticals, een bedrijf dat biologische voedingssupplementen en thee verkoopt, waaronder producten die uiteindelijk als alternatief moeten dienen voor Ritalin. Berlin Nutraceuticals is gevestigd in Estland en ook de boekhouding is uitbesteed aan een Ests bedrijf.

Naast het gemak en de lage kosten zegt Van der Haak gekozen te hebben voor digitaal burgerschap vanwege de noviteit. „Ik vind wat Estland nu doet goed passen in de digitalisering van onze samenleving. Ik kan me een toekomst voorstellen waar landen steeds meer moeten concurreren om bedrijven aan te trekken. De mogelijkheden die Estland nu biedt, zie ik als een ingrediënt in deze concurrentiestrijd, net zoals je kunt concurreren met vennootschapsbelasting, faciliteiten voor werknemers of goede logistiek.”

 

‘JE KUNT ER SNEL ZAKENDOEN, ZONDER BUREAUCRATIE’

19198288_10155518221989430_1705811840_n

Arthur Dallau (37) organiseerde de afgelopen jaren inspiratiereizen naar Estland voor Nederlandse bedrijven en overheidsinstanties. Hij is al sinds 2013 ‘fan’ van E-stonia, zoals de Esten het noemen, en heeft het idee van e-residency volwassen zien worden. Dallau: „De wereld telt steeds meer digitale nomaden en Estland geeft hun de kans op een normaal leven. Binnen enkele minuten kun je een bedrijf starten en een bankrekening aanvragen om direct zaken te doen binnen de EU, zonder enige vorm van bureaucratie.”

Het concept van digitaal burgerschap helpt Estland extra inkomsten te genereren en zichzelf op de kaart te zetten als innovatief land, denkt Dallau. „Deze vorm van identiteit wordt door de EU al omarmd voor de toekomst. Ik denk ook dat het bijvoorbeeld vluchtelingen hun bestaansrecht terug zou kunnen geven.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/06/08/dit-land-is-de-ideale-proeftuin-10972681-a1562059

 

Werken, surfen en weer werken

NRC Handelsblad, 26 mei 2017

Marokko

Het weer, de lage kosten en het gebrek aan tijdsverschil met Europa maken Marokko een aantrekkelijke plek voor digitale nomaden.

Een Marokkaans vissersdorpje met 3.500 inwoners: een op het oog onwaarschijnlijke plek om een Ierse advocaat, een eigenaar van een Berlijns softwarebedrijf en een dokter uit Californië aan het werk te treffen. Toch houden ze allemaal tijdelijk kantoor in dit oude hippie- en surfersoord.

Het is half negen, maandagochtend. De Duitse Magdalena Hermann (30) dekt de ontbijttafel op het dakterras. Vers brood van de lokale bakker, omelet, jam en de favoriete kaas van Marokko: La Vache qui rit. In het midden van de tafel plaatst ze een taart en een vaasje bloemen. „Tobias was gisteren jarig, maar hij heeft het ons niet verteld”, legt ze uit aan Jan Lenarz (36), uitgever van mindfulnessboeken uit Berlijn. Het is het begin van een gewone werkdag in het SunDesk co-working house in Taghazout.

Het snelste internet in de regio

In Taghazout, een kustdorpje in het zuidwesten, leef je gemakkelijk voor minder dan 1.000 euro per maand. Het internet bij SunDesk gaat over meerdere lijnen en wordt verdeeld door een uit Duitsland overgevlogen router. Het is met 100/10 Mbps veruit de snelste verbinding in de regio, en de enige via glasvezel. Eigenaresse Magdalena Hermann heeft er wekenlang voor moeten vechten bij de gemeente. Het kost haar maandelijks 250 euro, meer dan het gemiddelde salaris van een lokale bewoner.

Bij SunDesk werken digitale nomaden niet enkel samen, ze wonen ook gezamenlijk. ‘Co-living’ is de nieuwe trend. Het huis is ingericht in privé- en gedeelde kamers en biedt plek aan veertien personen. Op de verdieping onder het dakterras is een gezamenlijke kantoorruimte. Bureaus en bureaustoelen in verschillende hoogtes, zitballen, kluisjes en een Skype-ruimte. „Het zijn allemaal suggesties van gasten geweest,” vertelt Hermann.

Langzaam druppelen de andere gasten binnen – of beter gezegd: buiten – bij het ontbijt. Een paar webdesigners, een auteur van zelfhulpboeken, een scheepvaartadvocaat met klanten in Azië. Er wordt gezongen voor de jarige. Niemand grijpt gretig naar de koffiekan. Geen slaperige ogen, geen gehaast. Een nieuwe omgeving en de uitwisseling met gelijkgestemden zorgen voor inspiratie en focus, beamen de gasten. Het zonnige weer en de mogelijkheid om te surfen in je lunchpauze werken de gemoedstoestand ook niet tegen.

Ontsnappen aan structuur

De grootste bonus van het leven als digitale nomade is echter het ontsnappen aan structuur, zegt ontspanningstherapeut en yogadocent Marius Zerbst (33) terwijl hij aan zijn muntthee nipt. Zerbst is sinds een paar weken in Taghazout met zijn vriendin. Hij coachte de dertig deelnemers van de Digital Nomad Exchange, een twee weken durend congres dat dit jaar bij SunDesk plaatsvond.

Hoewel het loslaten van bestaande structuren en een sociale omgeving een bron kan zijn van angsten, levert het volgens Zerbst op het vlak van persoonlijke groei vaak veel op. Hij herinnert zich een oud Duits kinderliedje: ‘Je kunt niet zwemmen als je een voet nog op het droge hebt.’

Dat betekent niet dat iedereen zomaar zijn laptop zou moeten pakken om naar de zon te vertrekken. „Als je het doet uit angst om anders niet gelukkig te zijn, moet je het niet doen”, zegt Zerbst. „Het moet goed voelen. De juiste keuzes komen voort uit enthousiasme, niet uit angst.”

De behoefte aan een gemeenschap blijft echter de belangrijkste reden achter het succes van plekken als SunDesk. „Als digitale ondernemer voelde ik mij thuis in Berlijn eenzaam,” vertelt Enyo Markovski (32), eigenaar van een bedrijf dat software ontwikkelt. „Iedereen zat vast op zijn eigen kantoor en in zijn eigen routine. Hier kan ik in de zon zitten en ideeën uitwisselen met eensgezinden.”

Markovski ziet de fysieke en mentale afstand tussen hem en zijn werknemers als een groot voordeel voor de bedrijfsvoering. Aanwezig is hij enkel wanneer hij iets wezenlijks bij te dragen heeft. Morgen, vertelt hij, vertrekt hij alweer naar zijn volgende bestemming: Estland.

„Estland, kun je daar niet digitaal burger worden?” Haikima Graeffer, een 64-jarige dame uit Californië, mengt zich in het gesprek. Ze zit in kleermakerszit op de loungebank van het terras. De dokter uit Californië is sinds een paar jaar overgestapt op digitale consulten en online verkoop van geneesmiddelen. Graeffer: „Op mijn leeftijd is het dodelijk om geïsoleerd te leven. Hoe ouder je wordt, hoe meer je stagneert.” Markovski tikt haar aan: „Wil je anders mijn surfboard overnemen als ik morgen vertrek?” Ze lachen.

Eigenaresse Hermann heeft haar gastenbestand de afgelopen jaren diverser zien worden, bijvoorbeeld qua leeftijd. Ook vliegen mensen met hun hele team over of treffen internationale collega’s elkaar hier. Locatieonafhankelijk werken is volgens Hermann de toekomst, Taghazout een ideale plek. „Mensen zullen hier blijven komen voor de focus en de rust. Echt nachtleven is er niet. Je kunt alleen werken, relaxen of surfen.”

Heeft u een kamer vrij?

Schiphol, halte Vrachtvaardersplein. Naast een douanehokje snuffelen twee aangelijnde terriërs aan een grasperk. Het zijn gasten van het in vrachtstation 1 gelegen Dierenhotel Schiphol. Hier verblijven tijgers, honden of paarden die een vliegreis maken. Ook de reuzenpanda’s die China onlangs cadeau heeft gedaan aan Willem-Alexander en Máxima zullen hier 12 april arriveren.

Dit dierenhotel is een van de grootste in zijn soort. “Nederland is een belangrijke leverancier van fokdieren,” vertelt hotelmanager Liesbeth Kruijenaar. “Vanuit ons hotel gaan enorme stromen de hele wereld over.” Zo vliegen veel kuikens naar het Midden-Oosten en Amerika, waar ze een jaar eieren leggen, voordat er weer nieuwe kuikens worden gebracht. Ook bijen worden de laatste tijd veel vervoerd, zegt Kruijenaar.”Er is wereldwijd een groot tekort en ook in het kweken van bijen behoort Nederland tot de top. Het verbaast je misschien, maar de meeste bijen gaan naar Afrika.”

Het dierentransport is een wereld waar je als reiziger, taxfree winkelend of verdiept in het in-flightentertainment, weinig besef van hebt. In dezelfde Boeing waarmee je met vakantie gaat, passen zeker achttien paarden, een leeuw, exotische vogels, tientallen huisdieren en duizenden kuikens. Jaarlijks worden er alleen al 25.000 huisdieren en 10.000 paarden vervoerd. Als je de kuikens meetelt, lopen de aantallen op tot in de honderden miljoenen.

Dierenhotel Schiphol wordt gerund door KLM, de eerste vliegtuigmaatschappij die een dier vervoerde. Dat gebeurde in 1924, toen stier Nico van Rotterdam naar Parijs vloog. Het hotel is in 1956 opgezet voor dieren die een tussenstop maken in Amsterdam; zo’n 65 procent van de dieren. Ze worden er verzorgd en kunnen uitrusten voordat ze verder vliegen.

In een geel hesje lopen we door een hal met een paar kantoortjes het hotel binnen. Aan de muren hangen krantenknipsels: zwart-witfoto’s van leeuwen in kooien, een babyolifant en zelfs een paar dolfijnen. Die laatste liggen in iets wat nog het meeste op een hangmat lijkt; op hun rug zijn natte doeken gedrapeerd. Kruijenaar: “Omdat dolfijnen zoogdieren zijn, hoeven ze tijdens een vlucht niet in water te liggen. Het is enkel belangrijk om ze vochtig te houden.”

‘Giraffen kunnen in een vliegtuig mee tot ze achttien maanden oud zijn’

Het hotel bestaat uit twee aaneengesloten loodsen. Het ruikt er naar hooi. Aan de voorzijde openen grote roldeuren naar het parkeerterrein, waar vrachtwagens goederen afleveren en ophalen. Via de achterste loods kom je direct op het vliegveld.

In een van de hoeken zijn paardenstallen ingericht. Vier boxen staan klaar op een truck. “Deze paarden gaan naar New York,” zegt Kruijenaar. De openingen aan de zijkant bieden zicht op acht neuzen. Eén paard draagt een halster in de kleuren van de Amerikaanse vlag.

Luchtziek

Paarden vliegen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld huisdieren, niet in de laadruimte, maar bovendeks. Er zijn verschillende ruimtes ingericht waar de dieren verblijven. De temperatuur is – voor elke diersoort – nauwkeurig geregeld.

Kruijenaar: “Giraffen kunnen mee tot ze achttien maanden oud zijn en niet langer dan drie meter. Olifanten vliegen per vrachtvliegtuig. Door hun gewicht van gemiddeld 4000 kilo en de robuuste constructie van hun stalen kooi soms als enige passagier.”

Paarden en dierentuindieren hebben speciale aandacht, water en voer nodig. Daarom gaat een animal attendant mee, en vaak ook een verzorger van de dierentuin, of een agent, die het transport van huisdieren verzorgt.

Honden en katten houden het makkelijk uit zonder voer op een vlucht van zeven uur, vertelt Kruijenaar. “Het komt voor dat honden en katten luchtziek worden. Meestal omdat het baasje ze van te voren te veel te eten heeft gegeven.”

Het enige grote incident dat Kruijenaar uit de overlevering kent, is een noodlanding op IJsland. “Een paard werd zo onrustig, dat de piloten onderweg naar Amerika in Reykjavik zijn geland.” Maar de dieren mochten van de autoriteiten niet worden uitgeladen, dus moest het vliegtuig weer opstijgen.

Schoothondje

In de achterste loods bevindt zich een ruimte met kennels voor EU-waardige katten en honden, verderop zitten hun niet EU-waardige soortgenoten. De benodigde papieren en inentingen verschillen, zegt Kruijenaar, waardoor ze niet met elkaar in contact mogen komen. Grotere dieren en dierentuindieren zitten in afgesloten boxen en komen tijdens hun gehele reis niet uit hun ‘verpakking’.

In de verblijfsruimte van-EU waardige viervoeters houden vijftien paar waakzame ogen de boel in de gaten. Aan de muur hangen uitlaatriemen en een EHBO-poster. Een hond probeert tevergeefs zijn kop achter zijn pootjes te verstoppen. In de bovenste kennels maken een paar kleine beestjes het meeste lawaai. Een minischnauzer met een roze jasje aan is onderweg naar Rio de Janeiro.

Dat mensen hun huisdier als kind behandelen, is Kruijenaar niet vreemd. “Er zijn weleens honden op aanvraag in een paardenbox vervoerd, met een privébegeleider van de KLM,” herinnert ze zich. Maar de meeste dieren in het hotel zijn voor de handel.

In de kooi naast het schoothondje zit een witte dwergkees met grote ogen. Hij drukt zijn natte snuit tegen de tralies, bibbert licht, maar lijkt tegelijkertijd nieuwsgierig te zijn. Een miniatuur dobermann gromt wanneer we voorbij lopen. De dieren zitten op kranten; Chinese voorpagina’s, The New York Times. Er wachten zonder uitzondering exotische bestemmingen op ze. Manilla, Singapore, twee naaktkatten gaan naar Colombia.

Het hotel had zes weken lang puppy’s te gast; hun moeder beviel op Schiphol

Een cargomedewerker roept: “Willen jullie ringstaartmaki’s zien?” Hij schijnt met een zaklamp door de smalle traliegaatjes. De twee dieren staan verschrikt op hun achterpootjes, hun ogen schieten heen en weer.

Kraamvisite

Het dierenhotel probeert het de dieren zo comfortabel mogelijk te maken. Ze verblijven er maximaal 27 uur; binnen die tijd is er altijd wel een vlucht die naar de volgende bestemming voert. Al kan Kruijenaar zich ook goed de keer herinneren dat het hotel wekenlang puppy’s te logeren had. De eigenaars dachten de drachtige teef nog wel te kunnen vervoeren, maar ze beviel op Schiphol. Moeder en puppy’s mochten pas na zes weken doorvliegen. Alle KLM-collega’s kwamen met plezier op kraamvisite.

Voor de panda’s zijn voor het transport boxen op maat gemaakt. Die staan nu in hun verblijf in China, zodat ze er alvast aan kunnen wennen. Natuurlijk hoopt Kruijenaar het koninklijke echtpaar op 12 april in het dierenhotel te ontvangen, voordat de panda’s naar Ouwehands Dierenpark gaan. Maar eerst zijn er in China nog uitgebreide afscheidsceremonies.

De grote roldeur gaat open en een oorverdovend geblaf vermengt zich met ons gesprek. Mannen in KLM-hesjes stapelen grote boxen vanuit een vrachtwagen op karren. Drie etages met drugshonden, hier opgeleid, op weg naar Jakarta.

Kruijenaar: “Ja, ook daar is Nederland goed in.”

Verdachte dieren
Een paar uur per dag houdt de Voedsel- en Warenautoriteit kantoor in het dierenhotel. Zij controleert de dieren die Nederland binnenkomen op de benodigde papieren. Aan de overzijde van de hal is de ‘aanhoudingsruimte’. Verdachte dieren worden echter zelden gevonden; de documenten, dieren en vervoersboxen zijn bij vertrek al gecontroleerd.
Het dierenhotel werk alleen via agenten die de dieren aanleveren namens de eigenaar of verkoper. Zij weten precies welke papieren nodig zijn.
Exotische dieren worden sowieso alleen van dierentuin naar dierentuin vervoerd. Zo wordt het risico vermeden dat het een wild dier betreft, dat illegaal in gevangenschap is genomen.

Gepubliceerd in PS het Parool, 8 april 2017.
Foto’s Eva Plevier.
https://blendle.com/i/ps/heeft-u-een-kamer-vrij/bnl-psw-20170408-7987565

Boekenrubriek NU.nl

Dit zijn de beste boeken van deze week

Een week vol nieuwe boeken en dus nieuwe recensies; waarin werd gerecenseerd, bekritiseerd, bejubeld en geprezen. NU.nl blikt in samenwerking met Boeqt.nl terug op de leukste verschijningen.

 HP de Tijd en De Groene Amsterdammer bespraken het nieuwste boek van Adriaan van Dis. Ik kom terug is een boek over zijn moeder, maar vooral ook over zijn moeizame relatie met haar. Gefragmenteerde verhalen van een turbulent leven, die de schrijver kennelijk uit haar gekregen heeft in ruil voor de belofte van krachtige slaappillen. Net zoals zijn moeder haat en liefde bij van Dis opwekt, roept zijn mooischrijverij uiteenlopende reacties op bij de recensenten.

De Groene Amsterdammer vindt zijn stijl ‘gladgestreken’ en dus saai. Maar de recensent van HP de Tijd is gehypnotiseerd door de sterke zinnen, die hem doen denken aan het werk van Reve. Van Dis is zelf trouwens niet te hypnotiseren. Zijn moeder heeft het geprobeerd. Hoe dat afliep? Lees het boek; een pijnlijk maar ook komisch dubbelportret van een bijzondere vrouw en haar zoon. Vastgelegd met urgentie, voordat de verhalen samen met haar verloren gaan.

Brieven schrijven

Iets dat nog meer verloren dreigt te gaan, is de kunst van het briefschrijven. Simon Garfield vond dit eeuwig zonde en schreef het boek Ode aan de Brief.DWDD besprak het en bevond het geestig en scherpzinnig. De Volkskrant ging een stapje verder.

De 5-sterren-recensie leest als een liefdesbrief op zich, van recensent aan auteur. Garfield betoogt dat de briefschrijfkunst niet pas recent, maar juist al eeuwen wordt bedreigd. Al toen perkament door papier vervangen werd, werd de brief doodverklaard. In Ode aan de brief komen naast de geschiedenis van de brief bijzondere epistels van bekendheden voorbij. Zoals een brief van Elvis Presley aan president Nixon of een recept voor scones van de Britse koningin Elizabeth II.

Bedrog, vooroordelen en moord

Meer (liefdes)brieven in Geheime Geliefden, een bundeling brieven van Herman Gorter, de dichter, aan twee vrouwen in zijn leven. De titel zegt het al: geen van deze vrouwen was zijn echtgenote. Moreel misschien verwerpelijk, maar qua literaire kwaliteit: 4-sterren van de NRC en uitverkiezing tot een van NRC’s beste boeken van de maand November.

Onrecht is overal. En daarmee ook de excuses daarvoor. Zo zijn vooroordelen niet enkel aan onszelf te wijten, er gaat vaak een historie aan vooraf. In Zie de Mens (5 sterren van de NRC) beschrijft Linda Roodenburg onderzoek uit het verleden dat we liever vergeten, maar dat wel grote gevolgen heeft gehad; over zaken als schedelmaten en rassenkunde.

Nog verder afreizen naar de duistere kant van de mens? Lees Een van Ons.Journaliste Åsne Seierstad beschrijft het leven van de Noorse terrorist Anders Breivik. Van zijn jeugd tot aan de rechtszaak, die ze volledig bijwoonde. Volgens de Volkskrant een weg naar de hel van meer dan vijfhonderd pagina’s. Maar wel geplaveid met 4 fonkelende sterren.

IJzeren gordijn

Het recente 25-jarige ‘jubileum’ van de val van de muur brengt ons nieuwe, en mooie, verhalen van achter het ijzeren gordijn. Rummelplatz van Werner Brauning en Kinderen van Brezjnev van Sana Valiulina waren wel goed voor 4 NRC-sterren, maar niet goed genoeg voor een echte recensie.

De biografie van Tjeschische schrijver, filosoof en president Václav Havel kreeg 5 sterren toebedeeld van de Volkskrant. De recensente was vooral verrukt over de leuke anekdotes.

Noordzee

Michael Pye verandert ons beeld van de middeleeuwen met zijn boek Aan de Rand van de Wereld. Een ronduit magnifiek boek over duizend wervelende jaren aan de Noordzee. Aldus DeWereld Draait Door, die het boek verkoos tot boek van de maand.

En Maarten ’t Hart ontving, op het slotfeest van de campagne Nederland Leest,als eerste schrijver een Diamanten Boek. Van Een vlucht regenwulpen werden een miljoen exemplaren verkocht. Of de 510.000 gratis exemplaren die tijdens de campagne werden weggegeven daar ook bij zaten, is onduidelijk. Maar wij denken van wel.


Gepubliceerd als onderdeel van wekelijkse boekenrubriek op NU.nl
zie voor meer edities hier, hier en hier

Barak Heymann: “Perfect is niet interessant.”

22 november 2016 | Barak Heymann zit bovenaan de houten trap in het EYE Filmmuseum. ‘Wat is het mooi hier, dit had ik niet verwacht. Ik was bang dat ik af moest reizen naar een buitenwijk, toen je vertelde over de veerpont.’

Het is maandag 21 november en vandaag kleurt EYE Cinema 1 in de kleuren van de regenboog; het is Queer Day. De film, die Barak samen met zijn broer Tomer maakte, draait als op-een-na-laatste van de vijf. ‘315 plaatsen?’ vraagt hij enigszins verschrikt. ‘Dat gaat leeg lijken.’

Maar de zaal zit vol.

Who’s Gonna Love Me Now volgt Saar, een homoseksuele, joodse Israëlische man die in Londen woont. Zijn familie heeft moeite met het accepteren van zijn geaardheid en veel verdriet om het feit dat hij hiv-positief is. In Londen heeft Saar een nieuwe familie en geborgenheid gevonden bij het Gay Men’s Choir.

Voor ons, op de tafel, heeft Barak een aantal flyers van de film neergelegd. Op de achtergrond staat een foto van het Gay Men’s Chorus. Opgesteld in vijf rijen boven elkaar; gekleed in rood, geel, groen, blauw en paars. ‘Deze neem ik overal mee naar toe’, zegt hij. ‘Als je een film maakt, moet je er een maken waar je tien jaar later nog met liefde over vertelt. Met deze film zijn we al heel wat plekken afgereisd. Ik kom net van een klein gay filmfestival in St. Petersburg – een plek waar homoseksualiteit nog erg controversieel is en het lef om zo’n festival te organiseren daarmee bewonderenswaardig. In Tel Aviv hadden we een geheime vertoning voor streng gelovige, Joods orthodoxe gays. Zij zitten zo diep in de kast, dat ze niet eens gezien wilden worden bij een commerciële vertoning van de film.’

whos.jpg

‘Het is bijzonder dat je film vertoond wordt op zulke plaatsen en een eer om op een groot festival te zijn, maar het is niet het belangrijkste’, meent Barak. ‘Uiteindelijk hoop en geloof ik dat deze film iets interessants en optimistisch zegt over het leven. Over menselijkheid en de mogelijkheid tot veranderen en verzoening.’
‘Het idee was aanvankelijk om een film te maken over de mogelijkheid om een alternatieve familie te creëren, wanneer je biologische familie jou niet kan omarmen’, legt Barak uit. ‘Maar, zonder al te veel te willen verklappen, kan ik zeggen dat het een totaal andere kant op is gegaan en een heel andere film is geworden.’

Tomer ontmoette Saar twintig jaar geleden in een gay club in Tel Aviv. Vijf jaar geleden was Saar klaar om zijn verhaal te vertellen en ontmoette ook Barak hem voor een gesprek. ‘De eerste zin die Saar tegen mij sprak, was echt een downer’, zegt hij met een kleine glimlach, maar ook bloedserieus. ‘Hij zei dat hij dat hij de meest geweldige familie ter wereld heeft. Ik dacht, shit, ik wil helemaal geen film maken over een perfecte familie.’ Perfect is niet interessant? ‘Nee’, antwoordt Barak resoluut. ‘Doe dat maar als kop voor het interview.’ Hij tekent met zijn handen een krantenkop in de lucht. ‘Perfect is niet interessant. Niet voor de maker en niet voor de kijker.’

‘De volgende drie uur van ons gesprek heeft hij gelukkig zitten klagen. Over hoe homofoob sommige van zijn familieleden nog waren en hoe blij hij was dat hij niet terug naar Israël hoefde. Ik was opgelucht’, herinnert Barak zich. Toen werd het interessant.’

Of Barak denkt dat het filmproces sturend is geweest in de ontwikkelingen binnen Saars familie? ‘Daar hoef ik niet eens over na te denken’, antwoordt Barak meteen. ‘Dat geeft de familie zelf aan na elke vertoning. Dat ze zonder de aanwezigheid van deze artificiële toeschouwer niet zo veel veranderd zouden zijn. Ze zijn geconfronteerd met zichzelf en dat heeft hen geholpen stappen te nemen die ze anders niet, of pas veel later, hadden genomen’. Barak denkt even na en voegt dan toe: ‘Het is heel moeilijk om, vanuit jezelf, tegenover iemand van wie je houdt te gaan zitten, diegene in de ogen aan te kijken en te zeggen: ik heb me als een klootzak gedragen.’ Hij schuift de affiches op de tafel wat heen en weer. ‘We zijn natuurlijk geen psychologen. Maar psychologie is wel een belangrijk deel van onze films.’

Gepubliceerd in de IDFA dagkrant 2016. 

Crossbows & Instant Noodles: a day with Dutch preppers.

Part one.

It’s late morning on a Saturday. The sun peeks through layered clouds but the air is thick with promise of rain. I’m making my way to Utrecht Centraal where I have agreed to meet Almar, who at this point in time is still saved to my phone under the alias of ‘prepper’, to take me along to the first meeting of a small community of Dutch preppers.

Almar is the moderator of the most active Dutch survivalist Facebook page I could find when doing my first search only yesterday. His page features news on war and sustainability next to links for buying knives and crossbows. It has just over 350 likes. After I had written him about my interest in finding out more about prepping, and specifically the Dutch community, he responded quickly yet aloof. Yes, there would be a first meeting today, but he was not too eager to invite me. “Although I’m open to it, the representation of preppers is a delicate issue,” he wrote. I had expected some caution and went on to reassure him that it was not my intention to be intrusive or represent them in a negative way. Awaiting his reply, I checked the Facebook event for the meeting. Eight people had clicked attending. The cover photo showed two people walking down a flight of stairs on the slope of a hill. A dialogue window popped up. “You know what, it’s fine if you come.”

There are no trains going from Rotterdam to Utrecht so I had to take a bus for the last haul. The station is crowded but there is sunlight and free coffee. I ask for two coffees and walk away from the masses as I send Almar my location through Whatsapp. I can use the coffee seeing as I went to sleep at two a.m. To be more precise, I fell asleep while re-watching Louis Theroux’s documentary on survivalists, prepping me with surrealistic expectations of the people I’m about to meet. Five minutes later, Almar pulls up on the other side of the street. He drives an electric blue Toyota. Advertisements for a marketing company cover the sides and back of the car. He waves at me. As I step into the car, I introduce myself and offer him the second coffee. While he programs the GPS to the national park where the group has agreed to meet I inspect the inside of his car. In a context of prepping for the end of times, I cannot help but to question everything mundane. There’s a pocket knife in one of the dashboard cubbyholes, otherwise everything seems normal; roadmaps, some rubbish.

We discuss everyday things and, driving on the highway, Almar says he would love to go on a road trip through America with his wife and children. Nothing he says hints at a fear of the world going to end anytime soon. I steer towards the subject of prepping and ask him if he knows all the people attending today. “No, I’ve never met them. Just been talking to them online. There is a second organizer, but he is setting up his own business and had an assignment today.” Even for preppers, life must go on.

He explains that alongside his prep webshop, he also still works for a company as a marketeer. Although he regards running his webshop more as a hobby, he has at least an order a day. Every time he uses the word ‘prepping’, I notice that he speaks in a quieter voice, as if admitting to a certain foolishness that has been attributed to the prepping culture. I ask him what the most ordered item is. “Crossbows,” he answers without doubt. “I have one myself.” “What do people buy crossbows for?” I ask. “Oh,” he says dismissingly. “I just play with it in the backyard from time to time. But it’s more about the feeling of…” In – what seems like – an effort to think about the rest of his answer, he concentrates on passing a slow driving car in front of us. “You know, a week or two after someone has ordered from my shop, I always write them to ask if they are happy with their order and what they are using it for. Some people never answer. Others write me back with enthusiasm and tell me they’ve been shooting their crossbows. Mostly in their yards, like me.” I feel he has still avoided the true answer to the question and try to poke him a little bit more. “Besides just playing around with it, is there a deeper meaning to owning a crossbow?” “I think,” he finally answers. “It’s a feeling of safety. Although there are guys who go to shooting ranges to obtain a firearm license, most of us can’t own a gun. But you can legally purchase a crossbow. I guess what it comes down to is that, if something happens, I can take care of my family for at least a few weeks. And that’s more than most of us can say.” He pauses. “A lot of people think that preppers want the world to end. But that’s not true.”

As we turn off the highway, we pass roads lined with colossal private houses and discuss how ridiculously priced they must be. Almar says the houses by the seaside where he goes on walks with his children are even bigger. The GPS tracker falls down and Almar reaches to readjust it. Sucking it back onto the windscreen he adds jokingly: “I wish I was rich instead of pretty.”

I’m starting to grow more curious what he thinks exactly is going to happen to the world or what it is he is afraid of, if he is afraid at all.

“Ahh.” Almar laughs. “I have been interviewed a few times and this question always comes up. But I don’t know how the world is going to end. Actually, the world is not going to end. The planet will not cease to exist.” He points at a passing sports car and comments on it: “That’s nice” before he continues. “Do you know the website dumpert?” he asks me. “I see video’s on there of young boys just punching each other unconscious for the hell of it. And I’m worried of what we have become.”

I think of gladiators and ancient torture chambers.

“I think we’re on the verge of the third world war, with a cold war already going on.”

“But there have always been wars and people have always resorted to violence,” I say “don’t you think that it’s just the way we are wired?”

Almar scratches his beard and then puts his both hands back on the wheel and smiles. “Maybe so.”

We pull up on a dirt road lined with trees. Pollen floats in through the rolled down windows. While we try to figure out where the restaurant is where we are supposed to meet the others a small pick-up stops next to us and honks. The door opens with a bold swing and a tall, young man walks up to us. In his all green attire he looks like a hunter. His cheeks are incredibly rosy. He taps his hand on his waist where a big knife is swinging from his leather belt: “You can jump in the back if you want.”

Reported for a University of Amsterdam seminar on post-humanism When Shit hits the Fan: Imagining the End of Humans.  

 

 

 

 

 

 

Andy Moor: “Muziek spelen bij een film is een gevaarlijke onderneming.”

Veel gasten zijn al naar huis. Nog een enkele film beleeft zijn laatste vertoning. Maar in De Brakke Grond komt er nog een filmmaker naar zijn première en slepen muzikanten koffers met instrumenten het plein over. Op de laatste dag van het festival staan hier nog twee bijzondere vertoningen geprogrammeerd. Als onderdeel van het themaprogramma The Quiet Eye worden in samenwerking met CineSonic twee ‘cineconcerten’ georganiseerd; een meditatieve ervaring op de luie zondag.

Andy Moor zal vanmiddag samen met Yannis Kyriakides de film South to North van Antoine Boutet – met beelden van de aanleg van een immens wateromleidingsproject in China – live voorzien van muzikale begeleiding. Moor speelt gitaar, zit in de band The Ex en is afkomstig uit de krakers-punkscene; Kyriakides is (klassiek) componist en componeert bij de film een elektronische soundscape.
Hoe zijn deze twee vanuit zulke verschillende disciplines samengekomen? ‘Yannis is een gefrustreerde punker en ik ben een gefrustreerde componist’, legt Moor lachend uit. ‘Nee, nee, zo zit het niet exact. Yannis heeft een brede interesse in veel verschillende soorten muziek. Zo vindt hij wat ik doe met The Ex ook heel leuk. Maar wat ons eigenlijk het meest heeft gebonden is de gedeelde liefde voor Griekse muziek uit de jaren dertig. Rembetika. Ken je Rembetika?’
Hij pauzeert even om op een antwoord te wachten, maar lijkt al aan te voelen dat het ontkennend zal zijn. Met een duidelijke twinkeling in zijn ogen gaat hij verder: ‘Rembetika is een enorme collectie van prachtige muziek. De muziekstijl is ontstaan toen Griekse vluchtelingen terugkeerden uit Turkije en zich weer vestigden in Griekenland. Velen van hun waren straatarm en ze leden onder ziektes als tuberculose. Naast dit lijden waren hasj en heroïne brandstof voor hun muziek. Het is donkere, dreunende muziek. Een soort blues.’
Hoe geef je vorm aan zo’n live compositie, hoe pas je de muziek bij de beelden? ‘De soundtrack voor de film bestaat eigenlijk uit drie lagen. Je hebt de soundscape van Yannis en mijn gitaarspel. Maar daarnaast verwerkt Yannis mijn gitaarspel ook weer live in de soundscape. De soundscape staat vast. Het gitaarspel en de vervorming daarvan zorgen voor een soort live metamorfose van de muziek.’
‘Eigenlijk was de originele film al ge-edit op onze muziek,’ vervolgt Andy. ‘Antoine heeft een bijzonder werkwijze. Hij gebruikt namelijk altijd muziek om zijn films op te editen; het ritme, de manier waarop beelden in elkaar overlopen. Wanneer de edit klaar is, gooit hij de muziek weer weg.’ Moor lacht: ‘Maar in dit geval kon hij dat niet.’

Mellow

Er loopt een man van achter ons het café binnen en iemand roept hem vanaf de bar. Moor draait zijn hoofd om. ‘He, daar is Antoine. Hij is zo enorm mellow.’ Het klopt. Boutet loopt met trage passen richting de bar en wanneer zijn blik die van Moor ontmoet, krullen zijn lippen in een relaxte glimlach.
‘Weet je hoe ik Antoine ooit ontmoette?’ vraagt Moor. ‘Er is een experimentele muziekclub in Parijs waar ik wel eens speelde: Les Instants Chavirés, ofwel de gekapseisde tijd. Antoine woonde naast die club en steeds wanneer ik daar een show had kwam hij langs en kocht een plaat, waarop hij dan zijn films monteerde.’
‘Al de stukken die we vandaag spelen zijn bestaande stukken van onze plaat. Antoine maakte een selectie en wij voegden daar soms weer iets bij. Misschien is het dus meer een selectie dan een compositie te noemen. Maar het is zeker elke keer dat we spelen iets anders, sommige gedeeltes zijn ook geïmproviseerd. Het lijkt me mooi om een tour te doen met deze film en te zien hoe de voorstelling zich met elke keer ontwikkelt.’
Wat was voor de muzikanten de grootste uitdaging van deze live compositie? ‘Ik vind het best een gevaarlijke onderneming. Ook van Antoine vind ik het dapper. Regisseurs zijn control freaks, dat is ook hun taak. En nu geeft hij toch een deel van de regie uit handen. Muziek kan de manier waarop je een film beleeft ontzettend beïnvloeden. Vooral bij documentaire. Enerzijds wil je de zogenaamde ‘waarheid’ overbrengen, anderzijds speel je met muziek in op emotie en sentiment.’
‘Daarnaast spelen we ook op een andere manier voorzichtiger. We zitten in het donker en ik schijn soms bij met een zaklamp. Normaal speel ik veel vrijer en kijk ik natuurlijk niet naar een scherm maar naar het publiek. Maar ik hoop dat het publiek in dit geval ook naar het scherm kijkt en niet naar mij.’

Ervaring kleuren

‘Maar om terug te komen op het eerste,’ vervolgt Andy. ‘Ik zag bijvoorbeeld deze week de documentaire waarin een interview met de voormalige president van Uruguay, José Alberto Mujica, de rode draad vormt (Delicate Balance, A.L.). Het is echt een geweldig interview met hem. Hij zegt prachtige dingen over menselijke waarden en zijn woorden worden ondersteund door de mooiste beelden van over de hele wereld. Maar dan die muziek… Die was echt too much. Het dwong me in een emotionele staat. Maar dit was wel leerzaam en ik besefte me dat muziek mijn ervaring ontzettend kan kleuren. Op het einde heb ik gewoon mijn oren dicht gedaan.’ Hij legt zijn handen op zijn oren ter demonstratie en fronst. ‘Om het op zijn Engels te zeggen: they were trying to pull your heartstrings. Vertel je het me asjeblieft als wij te ver gaan?’

Gepubliceerd in de IDFA dagkrant 2016.