U komt er hier niet in!

Gepubliceerd in PS Het Parool, 26 juli 2017
Illustratie: Ludwig Volbeda

In een rolstoel een dagje uit is vaak nog veel te lastig

Dat heeft de rolstoelgebruiker weer: de snelste weg naar de entree van het Rijks is via een trapje. Eenmaal bij de balie, kan hij daar niet bovenuit kijken. Bij de culturele instellingen is in rolstoeltoegankelijkheid nog een wereld te winnen, zo blijkt.

Vijftien minuten voor onze afspraak bij het Rijksmuseum eten we thuis nog snel een appel, checken de snelste route en stappen op de fiets. Die parkeren we aan een willekeurige paal, twintig meter van de ingang van het museum.

Bij de informatiebalie wachten Karen Keeman, hoofd facilitair bedrijf van het Rijksmuseum, Matthijs de Bruin, programmamanager toegankelijkheid bij Nationale Vereniging de Zonnebloem en Denise Brune.

Brune (32) woont ook in Amsterdam, maar is al zeker twee uur onderweg en heeft haar bezoek dagen van tevoren moeten voorbereiden. Brune zit in een rolstoel, na een verkeerd uitgevoerde operatie vijf jaar geleden. Ze zou graag nog spontaan op pad gaan, zegt ze. Met haar vriendinnen mee naar de film of het museum.

Maar niets is meer vanzelfsprekend. Elk uitstapje moet zorgvuldig worden gepland en soms is het dan de moeite niet meer waard.


Gedimde lichten

“Nederland is voor rolstoelgebruikers een van de minst toegankelijke landen van West-Europa,” zegt De Bruin. “Veel mensen blijven binnen en raken sociaal geïsoleerd.”

De Zonnebloem is daarom bezig met een grootschalig ­onderzoek bij vrijetijdslocaties om de toegankelijkheid in kaart te brengen en de locaties te adviseren. In Amsterdam zijn het Rijksmuseum en het Van Goghmuseum al aan de beurt geweest. Het Concertgebouw en het Stedelijk Museu­m staan op de planning.

Brune was een van de twaalf testers van het Rijksmu­seum. Nu ligt er een 300 pagina’s tellend rapport van de Zonnebloem bij Keeman. Ze heeft het bij zich en bladert door de hoofdstukken, in volgorde van hoe de tester het bezoek beleeft: de website, ­bereikbaarheid, kaartje kopen, bezoek van museum/park, obstakels, invalidentoiletten, horeca en winkel.

“De meeste adviezen zijn, ondanks de recentelijke verbouwing, goed te realiseren,” zegt Kee­man. “Sommige veranderingen zijn echter niet wenselijk, zoals het aanpassen van het gedimde licht bij bepaalde kunstwerken om het mensen in een rolstoel ook goed te kunnen laten zien. De kunst mag niet aan te veel licht worden blootgesteld en het is onderdeel van de sfeer.”


Hoek van negentig graden

We gaan op pad. De snelste route naar de museumingang gaat via een trapje, wij moeten omlopen en -rijden. Een kaartje hoeven we dit keer niet te halen. Mocht Brune echter met haar rolstoel aan de kassa staan, zou ze niet ­boven de balie kunnen uitkijken

“We proberen de medewerkers zo veel mogelijk achter de balie vandaan te laten komen,” zegt Keeman. Een definitieve oplossing is het echter niet. Pinnen moet bijvoorbeeld toch aan de balie. Voor de toekomst is een lager gedeelte een van de opties. Toegankelijkheid begint bij het plannen van een bezoek, zegt De Bruin. Met een goed informerende website over vervoer, parkeren, kaartje kopen. Brune: “Ik moet weten of er een invalidentoilet en lift zijn en hoe ik er kom.”

Je merkt dat organisaties de monumentale status van hun pand als excuus ­gebruiken om niets te doen

Bart Weggeman

Een museum bereiken kan soms al een groot probleem zijn. In het geval van het Rijksmuseum kunnen taxi’s bijvoorbeeld niet voor de deur stoppen om een rolstoelgebruiker er veilig uit te laten. Een parkeerplek in de buurt vinden, is een hele onderneming.


Laatste bus

Brune: “De deur van een invalidenauto moet in een hoek van negentig graden open kunnen. Soms staat er een fietsenrek in de weg of iets anders.” Tamara van Laarhoven (40), een andere tester, vertelt over de telefoon dat ze wel een uur moest rondrijden. Als ze niet voor het onderzoek had moeten komen,  had ze rechtsomkeert gemaakt. Eén voordeel: parkeren is overal gratis.

Openbaar vervoer is soms helemaal niet betrouwbaar. Sommige metrostations zijn niet aangepast, waardoor een rolstoelgebruiker pas een halte verder eruit kan. Buschauffeurs rijden geregeld door als ze je bij de halte zien in een rolstoel, zegt Emilio Moes (25), tester en cultuurliefhebber. Gebrekkig vervoer ziet hij als grootste obstakel voor zijn vrijheid om eropuit te gaan. Hij zou graag met zijn vriendin, die ook in een rolstoel zit, ‘s avonds de stad ingaan. Dan riskeren ze echter niet te worden meegenomen door de laatste bus.

Dat het in Amsterdam slecht is gesteld met de toegankelijkheid, bevestigt Bart Weggeman, beleidsmedewerker mobiliteit en toegankelijkheid van Cliëntenbelang Amsterdam. Cliëntenbelang zet zich in voor een toegankelijkere stad. Hij is onder meer betrokken geweest bij het ­adviseren van het Rijksmuseum bij de verbouwing.


Over het hoofd gezien

Waarom we volgens Weggeman zo achterlopen? Toegankelijkheid staat in Nederland nog niet zo hoog op de prioriteitenlijst als bijvoorbeeld in de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk, waar het juridisch veel beter is geregeld. Veel musea zijn bij ons gevestigd in monumentale panden. Dat eerste zal hopelijk snel veranderen; vorig jaar heeft ook Nederland een belangrijk VN-verdrag ondertekend, waarin toegankelijkheid aan bod komt. Het tweede punt maakt verbouwen echter in veel gevallen moeilijk.

In een rolstoel een dagje uit is vaak nog veel te lastig
© Ludwig Volbeda

Weggeman: “Het Achterhuis toegankelijk maken is bijvoorbeeld onrealistisch. Maar je merkt ook dat organisaties de monumentale status van hun pand als excuus ­gebruiken om niets te doen. Rolstoelgebruikers blijven voor het trapje van een grachtenpand staan, terwijl er daar vaak wel een lift kan worden geplaatst. Een letterlijk goed voorbeeld is het Joods Historisch Museum. De vier gebouwen zijn als geheel en afzonderlijk goed toegankelijk. Niet perfect, maar ze hebben echt hun best gedaan.”

Brune begrijpt dat niet in alle gevallen rekening kan worden gehouden met haar. Een fijne ontvangst maakt dan een groot verschil. Maar helaas wordt ze ook vaak over het hoofd gezien: “Dan praten medewerkers met je begeleider in plaats van met jou of behandelen ze je als een kind. Ik zeg er dan altijd iets van. Dat mijn benen het misschien niet doen, maar dat ik wel een mond heb.”

Pedaalemmer met voetbediening

Soms maken de gebrekkige faciliteiten dat ze zich niet welkom voelt. Zoals in de bioscoop, waar ze lang van tevoren moet reserveren. De enkele rolstoelplekken zijn bijna altijd op de voorste rij. Spontaan met vriendinnen mee of een film kijken zonder stijve nek na afloop zitten er niet in.

Soms wil het personeel je bij alles helpen. Dan ­lopen ze mee naar het toilet, als met een kind aan de arm

Denise Brune

We nemen in het Rijks de lift naar de eregalerij. Brune wil weer de Nachtwacht bekijken. De spiegel in de lift hangt te hoog om zichzelf erin te kunnen zien. “Wat ik niet wist,” zegt ze, “is dat die spiegel er hangt zodat je ook omgekeerd in de gaten kunt houden wat zich bij de deur afspeelt.”

Ook al is de organisatie goedwillend, blijken het deze kleine dingen te zijn die over het hoofd worden gezien. Kee­man: “Zo dachten we het invalidentoilet helemaal in orde te hebben, met twee beugels en veel ruimte. Maar toen ­beseften we dat we een pedaalemmer met voetbediening hadden neergezet. Dat was gênant.”

Bewustwording

Vanuit de lift rolt Brune de nieuwe marmeren vloer op. Ze duwt haar stoel met flinke slagen vooruit. “Op tapijt bijvoorbeeld is dat echt niet te doen.”

Voor ons staat minutenlang een grote groep. Brune komt er niet tussen, wat overigens net zo goed het geval zou zijn als ze niet in een rolstoel had gezeten. En ook het andere uiterste is niet altijd goed, zegt Van Laarhoven: “Soms wil het personeel je bij alles helpen. Dan ­lopen ze mee naar het toilet, als met een kind aan de arm. Ik zou liever zien dat het goed aangegeven staat, zodat ik er zelf heen kan.”

Sociaal gevoel en bewustwording bij personeel en medebezoekers zijn voorwaarden voor goede toegankelijkheid, vindt ook Keeman. “Misschien gaan we binnenkort wel met het volledige team het museum bezoeken in rolstoel,” zegt ze. “Rolstoelen hebben we genoeg, dus waarom niet?”

Studie Zonnebloem

Nationale Vereniging de Zonnebloem wil dat vóór 2020 60 vrijetijdslocaties in Nederland toegankelijk zijn voor mensen met een lichamelijke ­beperking.

Tijdens het project Toegankelijkheid van de Zonnebloem worden vrijetijdslocaties beurtelings getest door 12 testers: 4 mensen in een handbewogen rolstoel, 4 mensen met een rollator en 4 mensen in een elektrische rolstoel.Zij testen op twaalf punten; onder meer website, ­bereikbaarheid, kaartje kopen, ­bezoek van museum/park, ­obstakels, invalidentoilet, horeca en winkel. Bejegening speelt een belangrijke rol en er is een technische controle.

Na het Rijksmuseum is dit najaar het Van Gogh Museum aan de beurt, volgend jaar het Stedelijk Museum en het Concertgebouw. Eerder ging de Zonnebloem langs bij Paleis Het Loo, Keukenhof, Safaripark Beekse Bergen, Diergaarde Blijdorp en het Kröller Müller Museum.De adviezen hebben al tot aanpassingen geleid. Paleis Het Loo zet bijvoorbeeld rolstoelpendelbussen in en in Diergaarde Blijdorp zijn de invalideparkeervakken aangepast.

Wat doet de gemeente?

De gemeente Amsterdam zegt dat geen concrete afspraken zijn gemaakt met culturele instellingen over rolstoeltoegankelijkheid. Burgemeester en wethouders hebben de indruk dat over het algemeen de instellingen hier voldoende aandacht voor hebben en zelf met innovatieve oplossingen komen.

Zoals Ons’ Lieve Heer op Solder dat een virtuele tour aanbiedt voor minder mobiele bezoekers. Carré doet ook erg haar best, aldus het college. Het is echter niet altijd haalbaar om veel plek te bieden om technische en veiligheidsredenen. Bij een ontruiming moeten ook rolstoelgebruikers op een snelle en veilige manier weg kunnen komen.

Concreet werkt de gemeente voor het project ‘Amsterdam werkt aan toegankelijkheid’ aan de ­fysieke en sociale toegankelijkheid van de hele stad. De afdelingen Kunst en cultuur en Gemeentelijk vastgoed zijn hierbij betrokken. Er zijn geen concrete ­afspraken met culturele instellingen. Wel is de toegankelijkheid voor mensen met een beperking een ­belangrijk onderwerp bij verbouwingswerkzaamheden.

Peter Kentie: Estland is mijn hobby

Algemeen Dagblad/Eindhovens Dagblad, 17-07-17
 

EINDHOVEN – Het is de persoonlijke missie geworden van Peter Kentie, de Eindhovense stadsmarketeer: Estland verder opstuwen in de vaart der volkeren. En dat doet hij niet zonder succes. In Estland ontving Kentie al de National PR Award en hij kreeg er de titel Marketing Man van het jaar. De voormalige president van het land schudde hem de hand en voordat die wegliep, sprak hij enkel de volgende woorden tegen Kentie: ,,You gave away a million dollars.”

Anna Lillioja en Rob Burg 17-07-17, 14:34

Estland: sinds 1991 onafhankelijk van de Sovjet-Unie en in de periode van 1202 tot 1918 continu bezet geweest, door de Duitsers, de Russen, de Denen en de Zweden. In 1918 werd voor het eerst de Republiek Estland uitgeroepen en volgend jaar viert het land zijn honderdste verjaardag. De Esten zijn trots op hun onafhankelijkheid en hun land, op het behoud van hun taal en cultuur en op de natuur: vijftig procent van het land is bos. In de binnenlanden vind je sprookjesachtige moerassen en aan de kust witte zandstranden in de schaduw van oude pijnbomen. Kentie is er als een blok voor gevallen.

 

Identiteit van Estland

Met Eindhoven365 won Kentie onlangs voor de derde keer de nationale Citymarketing Trofee. Nu zit hij klaar op zijn kantoor, om de powerpoint van zijn uit de kluiten gewassen hobbyproject te tonen. Tien jaar geleden voer hij op een cruise vanuit Nederland naar de Oostzee. Daar zag hij toen slechts het middeleeuwse stadscentrum van Tallinn. Hoewel hij het mooi vond, kreeg hij geen indruk van het land. Pas in 2013, op een marketingcongres in het Finse Rovaniemi, sloeg de vonk over toen hij de directeur van Enterprise Estonia, de Estlandse landsmarketing, sprak. “Ze vertelde me over de identiteit van Estland”, herinnert Kentie zich. ,,Over dat Skype er opgericht is, over de digitale overheid, over de muziek en de cultuur.”

 

Just Estonishing

Een jaar later vloog hij naar Estland. In zijn koffer een marketingplan van 130 pagina’s, dat hij gratis en voor niets aanbood bij Enterprise Estonia. Het Just Estonishing concept is simpel. Het speelt in op de drie letters EST in de naam van het land. Een foto van componist Arvo Pärt met de tekst our bravEST composer, be our guEST op de flanken van een vliegtuig van Estlandse maatschappij Nordica, cutEST als opschrift op de muts van een blonde dame. ,,Ik kon er wel eindeloos veel bedenken”, zegt Kentie glunderend. ,,Maar bij vijftig ben ik maar gestopt.” Het idee kwam toen hij in Eindhoven een monteursbusje met de letters EST op de zijkant voorbij zag rijden.

 

Verstoorde relaties


Enterprise Estonia was terughoudend toen Kentie zijn idee bij hen op tafel legde. Kentie beaamt dat het een rare situatie is wanneer een buitenlander uit het niets een plan van 130 pagina’s bij je neerlegt en er niets voor vraagt. Kentie: ,,Dat verstoort natuurlijk ook relaties.” In de tussentijd had Kentie echter vrienden gemaakt in Estland en zijn campagne werd online geplaatst op een belangrijke blog.

In een poll van de Estlandse landelijke krant Postimees kreeg hij steun van 95 procent van de tienduizend stemmers. Kentie werd uitgenodigd in talkshows, gevraagd voor interviews en congressen. De reactie van het publiek? Hij toont een rits aan Facebookberichten: ‘Thank you, thank you, thank you!’, ‘Fantastic idea!’ en ‘You brought a tear into my eyes’.

Dat vrienden maken ging trouwens niet van een leien dakje, voegt hij eraan toe. Hij haalt er een recent wetenschappelijk onderzoek bij, waarin een internationale empathie-index is geformuleerd. Waar Nederland in de top vijf staat, vind je Estland op de een na laatste plek. Kentie: ,,Veel Esten zijn in zichzelf gekeerd en kijken je niet eens aan als je met ze praat. Dat is voor een Nederlander lastig.”

 

Eindhovens

Waarom Kentie dan juist voor Estland is gevallen? Hij ziet parallellen met Eindhoven. Creativiteit en onconventioneel denken, maar ook de mentaliteit. Hij wijst naar mijn armen die op mijn knieën rusten: ,,Ze zijn daar allemaal zoals jij. Juichen met je handen in je zakken.” Dat is ook heel Eindhovens, vindt Kentie, die ingehouden trots. ,,Waar Amsterdammers misschien iets roepen wat niet waar of bijna waar is, werken wij stug door en vergeten onze eigen successen te vieren. Eindhovenaren en Esten mogen hun trots wat meer van de daken schreeuwen.”

De vele inspanningen en activiteiten van stadsmarketeer Peter Kentie voor Estland gaan volgens eigen zeggen op geen enkele manier ten koste van zijn werkzaamheden als Eindhovens stadsmarketeer. Sterker nog, de stad heeft er zelf ook baat bij: ,,Estland is mijn hobby en een privéaangelegenheid. Er is geen opdrachtgever, ik heb het uit eigen beweging gedaan en ben supertrots dat ik zo ver ben gekomen”, zegt Kentie.

 

Finish gehaald


,,Een land gebruikt nu mijn creatieve werk. Voor Eindhoven is het ook positief; onze stad is nu een begrip in Estland in overheidskringen. Dit jaar is er een uitwisseling geweest met Estland op gebied van smart city en digitale overheid; dus alleen maar winnaars. Mijn project is nu klaar, ik werk er nu niet meer aan want ik heb de finish gehaald.”

De gemeente Eindhoven liet eerder weten geen enkel probleem te hebben met de werkzaamheden die de directeur van Eindhoven365, naast die voor de eigen stad, vervult voor Estland. ,,Feitelijk draagt zijn hobby zelfs bij aan zijn internationale netwerk én dat van Eindhoven”, aldus een woordvoerder.

Dit land is de ideale proeftuin

Gepubliceerd in NRC, 08/06/2017

Bedrijf oprichten? Word digitaal burger van Estland

Digitaal burgerschap in Estland

Sinds 2014 kun je je in Estland registreren als digitaal burger en met een paar kliks een bedrijf oprichten. Een uitkomst voor innovatieve ondernemers en digitale nomaden.

Illustratie iStock, Bewerking Studio NRC

Het is het land met de meeste topmodellen per inwoner, onderdeel van de Baltische Staten en het geboorteland van videochatdienst Skype. Zover komen zijn studenten meestal met het identificeren van Estland, vertelt Chris Polmans, Estlandexpert en gastdocent aan de Fontys Hogeschool. „En twee van deze beweringen zijn niet eens waar”, voegt hij eraan toe. „Estland verschilt in taal en geschiedenis evenveel van Letland en Litouwen als Nederland van Perzië, en Skype is een Zweeds bedrijf, in Estland opgericht.”

Toch is juist dat laatste kenmerkend voor het land. Sinds 2014 trekt Estland namelijk internationale start-ups aan via een zogeheten e-residency programma: je kunt, zonder enig fysiek contact met het land te hebben, digitaal burger van Estland worden. Iedere digitale burger ontvangt een speciale kaart die geldt als digitaal identificatiemiddel. Met de kaart kunnen allerlei zaken online geregeld worden, van stemmen tot bankzaken tot een check van je medische dossier. „Je kunt het vergelijken met een vergevorderde versie van de DigiD”, zegt Polmans. „Eentje waar Nederland een voorbeeld aan zou kunnen nemen.”

Plichten en privileges

De digitale identiteit geeft je alle rechten, plichten en privileges die bij het Estse burgerschap horen – zo ook het opzetten van een bedrijf. Digitaal burger ben je na een paar screenings en een bezoek aan de ambassade in jouw land. Een bedrijf registreren kan online en kost 180 euro. Sinds vorige maand is het, dankzij een samenwerking met een Fins fintechbedrijf, zelfs niet nodig naar Estland af te reizen om er een bankrekening te openen.

Inmiddels staan er 3.070 bedrijven en meer dan 20.000 e-residents uit 138 verschillende landen geregistreerd in Estland. Het programma past in de cultuur van locatieonafhankelijk ondernemen, en de immer groeiende groep digitale nomaden.

Maar digitaal burgerschap biedt ook een uitkomst voor ondernemers die tegengehouden worden door politiek beleid of bureaucratie in eigen land. Zoals Britten, die hun bedrijf graag in de Europese Unie willen houden. Na het Brexit-referendum zijn de Britse aanmeldingen verdubbeld en er is zelfs een speciale website opgericht voor Britten, die linkt naar het aanmeldproces: howtostayin.eu,

Maar waarom zou je als Nederlandse ondernemer juist voor Estland kiezen? Volgens Polmans is Estland „een ideale proeftuin voor internationale start-ups”. Er is ruimte voor innovatie: met een bevolking van 1,3 miljoen mensen durft men dingen „gewoon uit te proberen”.

Estland is daarnaast digitaal vergevorderd, zo is de gehele Estse digitale infrastructuur (regering, regelgeving, systemen en burgers) opgeslagen in de cloud. De belastingen zijn voordelig en de bevolking is er relatief hoogopgeleid en spreekt goed Engels. Economisch concurreert het land met de rest van Europa, maar de lonen liggen veel lager.

De facultatieve colleges die Polmans geeft aan de Fontys Hogeschool worden goed bezocht. Aan het einde van elk semester neemt hij zijn studenten mee op excursie naar de Estse hoofdstad Tallinn. Want hoewel je als digitaal burger in principe niet veel te maken hoeft te hebben met de Esten, besteden veel ondernemers door de gunstige lonen en competente arbeidskrachten een deel van hun werk toch uit in Estland.

Andere zakelijke mindset

Voor vertrek bereidt Polmans zijn studenten er wel op voor dat de communicatie en zakelijke mindset anders zijn dan we dat in Nederland gewend zijn. „We moeten niet vergeten dat het land sinds 1217, met een uitzondering van de periode tussen de wereldoorlogen, altijd bezet en onderdrukt is geweest. Onder de Russen werd elke Est die maar iets van bedrijfsnijverheid vertoonde per direct naar Siberië afgevoerd.”

Maar wanneer je eenmaal tot de Est weet door te dringen, ben je volgens Polmans een eerlijke en hardwerkende vriend rijker. Hoe je dat doet? Polmans: „Heb geduld en durf stiltes te laten vallen, zodat de ander ruimte krijgt om te spreken.”

 

‘IK ZIE HET ALS ONDERDEEL VAN EEN CONCURRENTIESTRIJD’

19141948_10155518220694430_100874286_n

Thijs van der Haak (39) staat aan het roer van Berlin Nutraceuticals, een bedrijf dat biologische voedingssupplementen en thee verkoopt, waaronder producten die uiteindelijk als alternatief moeten dienen voor Ritalin. Berlin Nutraceuticals is gevestigd in Estland en ook de boekhouding is uitbesteed aan een Ests bedrijf.

Naast het gemak en de lage kosten zegt Van der Haak gekozen te hebben voor digitaal burgerschap vanwege de noviteit. „Ik vind wat Estland nu doet goed passen in de digitalisering van onze samenleving. Ik kan me een toekomst voorstellen waar landen steeds meer moeten concurreren om bedrijven aan te trekken. De mogelijkheden die Estland nu biedt, zie ik als een ingrediënt in deze concurrentiestrijd, net zoals je kunt concurreren met vennootschapsbelasting, faciliteiten voor werknemers of goede logistiek.”

 

‘JE KUNT ER SNEL ZAKENDOEN, ZONDER BUREAUCRATIE’

19198288_10155518221989430_1705811840_n

Arthur Dallau (37) organiseerde de afgelopen jaren inspiratiereizen naar Estland voor Nederlandse bedrijven en overheidsinstanties. Hij is al sinds 2013 ‘fan’ van E-stonia, zoals de Esten het noemen, en heeft het idee van e-residency volwassen zien worden. Dallau: „De wereld telt steeds meer digitale nomaden en Estland geeft hun de kans op een normaal leven. Binnen enkele minuten kun je een bedrijf starten en een bankrekening aanvragen om direct zaken te doen binnen de EU, zonder enige vorm van bureaucratie.”

Het concept van digitaal burgerschap helpt Estland extra inkomsten te genereren en zichzelf op de kaart te zetten als innovatief land, denkt Dallau. „Deze vorm van identiteit wordt door de EU al omarmd voor de toekomst. Ik denk ook dat het bijvoorbeeld vluchtelingen hun bestaansrecht terug zou kunnen geven.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/06/08/dit-land-is-de-ideale-proeftuin-10972681-a1562059

 

Werken, surfen en weer werken

NRC Handelsblad, 26 mei 2017

Marokko

Het weer, de lage kosten en het gebrek aan tijdsverschil met Europa maken Marokko een aantrekkelijke plek voor digitale nomaden.

Een Marokkaans vissersdorpje met 3.500 inwoners: een op het oog onwaarschijnlijke plek om een Ierse advocaat, een eigenaar van een Berlijns softwarebedrijf en een dokter uit Californië aan het werk te treffen. Toch houden ze allemaal tijdelijk kantoor in dit oude hippie- en surfersoord.

Het is half negen, maandagochtend. De Duitse Magdalena Hermann (30) dekt de ontbijttafel op het dakterras. Vers brood van de lokale bakker, omelet, jam en de favoriete kaas van Marokko: La Vache qui rit. In het midden van de tafel plaatst ze een taart en een vaasje bloemen. „Tobias was gisteren jarig, maar hij heeft het ons niet verteld”, legt ze uit aan Jan Lenarz (36), uitgever van mindfulnessboeken uit Berlijn. Het is het begin van een gewone werkdag in het SunDesk co-working house in Taghazout.

Het snelste internet in de regio

In Taghazout, een kustdorpje in het zuidwesten, leef je gemakkelijk voor minder dan 1.000 euro per maand. Het internet bij SunDesk gaat over meerdere lijnen en wordt verdeeld door een uit Duitsland overgevlogen router. Het is met 100/10 Mbps veruit de snelste verbinding in de regio, en de enige via glasvezel. Eigenaresse Magdalena Hermann heeft er wekenlang voor moeten vechten bij de gemeente. Het kost haar maandelijks 250 euro, meer dan het gemiddelde salaris van een lokale bewoner.

Bij SunDesk werken digitale nomaden niet enkel samen, ze wonen ook gezamenlijk. ‘Co-living’ is de nieuwe trend. Het huis is ingericht in privé- en gedeelde kamers en biedt plek aan veertien personen. Op de verdieping onder het dakterras is een gezamenlijke kantoorruimte. Bureaus en bureaustoelen in verschillende hoogtes, zitballen, kluisjes en een Skype-ruimte. „Het zijn allemaal suggesties van gasten geweest,” vertelt Hermann.

Langzaam druppelen de andere gasten binnen – of beter gezegd: buiten – bij het ontbijt. Een paar webdesigners, een auteur van zelfhulpboeken, een scheepvaartadvocaat met klanten in Azië. Er wordt gezongen voor de jarige. Niemand grijpt gretig naar de koffiekan. Geen slaperige ogen, geen gehaast. Een nieuwe omgeving en de uitwisseling met gelijkgestemden zorgen voor inspiratie en focus, beamen de gasten. Het zonnige weer en de mogelijkheid om te surfen in je lunchpauze werken de gemoedstoestand ook niet tegen.

Ontsnappen aan structuur

De grootste bonus van het leven als digitale nomade is echter het ontsnappen aan structuur, zegt ontspanningstherapeut en yogadocent Marius Zerbst (33) terwijl hij aan zijn muntthee nipt. Zerbst is sinds een paar weken in Taghazout met zijn vriendin. Hij coachte de dertig deelnemers van de Digital Nomad Exchange, een twee weken durend congres dat dit jaar bij SunDesk plaatsvond.

Hoewel het loslaten van bestaande structuren en een sociale omgeving een bron kan zijn van angsten, levert het volgens Zerbst op het vlak van persoonlijke groei vaak veel op. Hij herinnert zich een oud Duits kinderliedje: ‘Je kunt niet zwemmen als je een voet nog op het droge hebt.’

Dat betekent niet dat iedereen zomaar zijn laptop zou moeten pakken om naar de zon te vertrekken. „Als je het doet uit angst om anders niet gelukkig te zijn, moet je het niet doen”, zegt Zerbst. „Het moet goed voelen. De juiste keuzes komen voort uit enthousiasme, niet uit angst.”

De behoefte aan een gemeenschap blijft echter de belangrijkste reden achter het succes van plekken als SunDesk. „Als digitale ondernemer voelde ik mij thuis in Berlijn eenzaam,” vertelt Enyo Markovski (32), eigenaar van een bedrijf dat software ontwikkelt. „Iedereen zat vast op zijn eigen kantoor en in zijn eigen routine. Hier kan ik in de zon zitten en ideeën uitwisselen met eensgezinden.”

Markovski ziet de fysieke en mentale afstand tussen hem en zijn werknemers als een groot voordeel voor de bedrijfsvoering. Aanwezig is hij enkel wanneer hij iets wezenlijks bij te dragen heeft. Morgen, vertelt hij, vertrekt hij alweer naar zijn volgende bestemming: Estland.

„Estland, kun je daar niet digitaal burger worden?” Haikima Graeffer, een 64-jarige dame uit Californië, mengt zich in het gesprek. Ze zit in kleermakerszit op de loungebank van het terras. De dokter uit Californië is sinds een paar jaar overgestapt op digitale consulten en online verkoop van geneesmiddelen. Graeffer: „Op mijn leeftijd is het dodelijk om geïsoleerd te leven. Hoe ouder je wordt, hoe meer je stagneert.” Markovski tikt haar aan: „Wil je anders mijn surfboard overnemen als ik morgen vertrek?” Ze lachen.

Eigenaresse Hermann heeft haar gastenbestand de afgelopen jaren diverser zien worden, bijvoorbeeld qua leeftijd. Ook vliegen mensen met hun hele team over of treffen internationale collega’s elkaar hier. Locatieonafhankelijk werken is volgens Hermann de toekomst, Taghazout een ideale plek. „Mensen zullen hier blijven komen voor de focus en de rust. Echt nachtleven is er niet. Je kunt alleen werken, relaxen of surfen.”

Heeft u een kamer vrij?

Schiphol, halte Vrachtvaardersplein. Naast een douanehokje snuffelen twee aangelijnde terriërs aan een grasperk. Het zijn gasten van het in vrachtstation 1 gelegen Dierenhotel Schiphol. Hier verblijven tijgers, honden of paarden die een vliegreis maken. Ook de reuzenpanda’s die China onlangs cadeau heeft gedaan aan Willem-Alexander en Máxima zullen hier 12 april arriveren.

Dit dierenhotel is een van de grootste in zijn soort. “Nederland is een belangrijke leverancier van fokdieren,” vertelt hotelmanager Liesbeth Kruijenaar. “Vanuit ons hotel gaan enorme stromen de hele wereld over.” Zo vliegen veel kuikens naar het Midden-Oosten en Amerika, waar ze een jaar eieren leggen, voordat er weer nieuwe kuikens worden gebracht. Ook bijen worden de laatste tijd veel vervoerd, zegt Kruijenaar.”Er is wereldwijd een groot tekort en ook in het kweken van bijen behoort Nederland tot de top. Het verbaast je misschien, maar de meeste bijen gaan naar Afrika.”

Het dierentransport is een wereld waar je als reiziger, taxfree winkelend of verdiept in het in-flightentertainment, weinig besef van hebt. In dezelfde Boeing waarmee je met vakantie gaat, passen zeker achttien paarden, een leeuw, exotische vogels, tientallen huisdieren en duizenden kuikens. Jaarlijks worden er alleen al 25.000 huisdieren en 10.000 paarden vervoerd. Als je de kuikens meetelt, lopen de aantallen op tot in de honderden miljoenen.

Dierenhotel Schiphol wordt gerund door KLM, de eerste vliegtuigmaatschappij die een dier vervoerde. Dat gebeurde in 1924, toen stier Nico van Rotterdam naar Parijs vloog. Het hotel is in 1956 opgezet voor dieren die een tussenstop maken in Amsterdam; zo’n 65 procent van de dieren. Ze worden er verzorgd en kunnen uitrusten voordat ze verder vliegen.

In een geel hesje lopen we door een hal met een paar kantoortjes het hotel binnen. Aan de muren hangen krantenknipsels: zwart-witfoto’s van leeuwen in kooien, een babyolifant en zelfs een paar dolfijnen. Die laatste liggen in iets wat nog het meeste op een hangmat lijkt; op hun rug zijn natte doeken gedrapeerd. Kruijenaar: “Omdat dolfijnen zoogdieren zijn, hoeven ze tijdens een vlucht niet in water te liggen. Het is enkel belangrijk om ze vochtig te houden.”

‘Giraffen kunnen in een vliegtuig mee tot ze achttien maanden oud zijn’

Het hotel bestaat uit twee aaneengesloten loodsen. Het ruikt er naar hooi. Aan de voorzijde openen grote roldeuren naar het parkeerterrein, waar vrachtwagens goederen afleveren en ophalen. Via de achterste loods kom je direct op het vliegveld.

In een van de hoeken zijn paardenstallen ingericht. Vier boxen staan klaar op een truck. “Deze paarden gaan naar New York,” zegt Kruijenaar. De openingen aan de zijkant bieden zicht op acht neuzen. Eén paard draagt een halster in de kleuren van de Amerikaanse vlag.

Luchtziek

Paarden vliegen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld huisdieren, niet in de laadruimte, maar bovendeks. Er zijn verschillende ruimtes ingericht waar de dieren verblijven. De temperatuur is – voor elke diersoort – nauwkeurig geregeld.

Kruijenaar: “Giraffen kunnen mee tot ze achttien maanden oud zijn en niet langer dan drie meter. Olifanten vliegen per vrachtvliegtuig. Door hun gewicht van gemiddeld 4000 kilo en de robuuste constructie van hun stalen kooi soms als enige passagier.”

Paarden en dierentuindieren hebben speciale aandacht, water en voer nodig. Daarom gaat een animal attendant mee, en vaak ook een verzorger van de dierentuin, of een agent, die het transport van huisdieren verzorgt.

Honden en katten houden het makkelijk uit zonder voer op een vlucht van zeven uur, vertelt Kruijenaar. “Het komt voor dat honden en katten luchtziek worden. Meestal omdat het baasje ze van te voren te veel te eten heeft gegeven.”

Het enige grote incident dat Kruijenaar uit de overlevering kent, is een noodlanding op IJsland. “Een paard werd zo onrustig, dat de piloten onderweg naar Amerika in Reykjavik zijn geland.” Maar de dieren mochten van de autoriteiten niet worden uitgeladen, dus moest het vliegtuig weer opstijgen.

Schoothondje

In de achterste loods bevindt zich een ruimte met kennels voor EU-waardige katten en honden, verderop zitten hun niet EU-waardige soortgenoten. De benodigde papieren en inentingen verschillen, zegt Kruijenaar, waardoor ze niet met elkaar in contact mogen komen. Grotere dieren en dierentuindieren zitten in afgesloten boxen en komen tijdens hun gehele reis niet uit hun ‘verpakking’.

In de verblijfsruimte van-EU waardige viervoeters houden vijftien paar waakzame ogen de boel in de gaten. Aan de muur hangen uitlaatriemen en een EHBO-poster. Een hond probeert tevergeefs zijn kop achter zijn pootjes te verstoppen. In de bovenste kennels maken een paar kleine beestjes het meeste lawaai. Een minischnauzer met een roze jasje aan is onderweg naar Rio de Janeiro.

Dat mensen hun huisdier als kind behandelen, is Kruijenaar niet vreemd. “Er zijn weleens honden op aanvraag in een paardenbox vervoerd, met een privébegeleider van de KLM,” herinnert ze zich. Maar de meeste dieren in het hotel zijn voor de handel.

In de kooi naast het schoothondje zit een witte dwergkees met grote ogen. Hij drukt zijn natte snuit tegen de tralies, bibbert licht, maar lijkt tegelijkertijd nieuwsgierig te zijn. Een miniatuur dobermann gromt wanneer we voorbij lopen. De dieren zitten op kranten; Chinese voorpagina’s, The New York Times. Er wachten zonder uitzondering exotische bestemmingen op ze. Manilla, Singapore, twee naaktkatten gaan naar Colombia.

Het hotel had zes weken lang puppy’s te gast; hun moeder beviel op Schiphol

Een cargomedewerker roept: “Willen jullie ringstaartmaki’s zien?” Hij schijnt met een zaklamp door de smalle traliegaatjes. De twee dieren staan verschrikt op hun achterpootjes, hun ogen schieten heen en weer.

Kraamvisite

Het dierenhotel probeert het de dieren zo comfortabel mogelijk te maken. Ze verblijven er maximaal 27 uur; binnen die tijd is er altijd wel een vlucht die naar de volgende bestemming voert. Al kan Kruijenaar zich ook goed de keer herinneren dat het hotel wekenlang puppy’s te logeren had. De eigenaars dachten de drachtige teef nog wel te kunnen vervoeren, maar ze beviel op Schiphol. Moeder en puppy’s mochten pas na zes weken doorvliegen. Alle KLM-collega’s kwamen met plezier op kraamvisite.

Voor de panda’s zijn voor het transport boxen op maat gemaakt. Die staan nu in hun verblijf in China, zodat ze er alvast aan kunnen wennen. Natuurlijk hoopt Kruijenaar het koninklijke echtpaar op 12 april in het dierenhotel te ontvangen, voordat de panda’s naar Ouwehands Dierenpark gaan. Maar eerst zijn er in China nog uitgebreide afscheidsceremonies.

De grote roldeur gaat open en een oorverdovend geblaf vermengt zich met ons gesprek. Mannen in KLM-hesjes stapelen grote boxen vanuit een vrachtwagen op karren. Drie etages met drugshonden, hier opgeleid, op weg naar Jakarta.

Kruijenaar: “Ja, ook daar is Nederland goed in.”

Verdachte dieren
Een paar uur per dag houdt de Voedsel- en Warenautoriteit kantoor in het dierenhotel. Zij controleert de dieren die Nederland binnenkomen op de benodigde papieren. Aan de overzijde van de hal is de ‘aanhoudingsruimte’. Verdachte dieren worden echter zelden gevonden; de documenten, dieren en vervoersboxen zijn bij vertrek al gecontroleerd.
Het dierenhotel werk alleen via agenten die de dieren aanleveren namens de eigenaar of verkoper. Zij weten precies welke papieren nodig zijn.
Exotische dieren worden sowieso alleen van dierentuin naar dierentuin vervoerd. Zo wordt het risico vermeden dat het een wild dier betreft, dat illegaal in gevangenschap is genomen.

Gepubliceerd in PS het Parool, 8 april 2017.
Foto’s Eva Plevier.
https://blendle.com/i/ps/heeft-u-een-kamer-vrij/bnl-psw-20170408-7987565

Boekenrubriek NU.nl

Dit zijn de beste boeken van deze week

Een week vol nieuwe boeken en dus nieuwe recensies; waarin werd gerecenseerd, bekritiseerd, bejubeld en geprezen. NU.nl blikt in samenwerking met Boeqt.nl terug op de leukste verschijningen.

 HP de Tijd en De Groene Amsterdammer bespraken het nieuwste boek van Adriaan van Dis. Ik kom terug is een boek over zijn moeder, maar vooral ook over zijn moeizame relatie met haar. Gefragmenteerde verhalen van een turbulent leven, die de schrijver kennelijk uit haar gekregen heeft in ruil voor de belofte van krachtige slaappillen. Net zoals zijn moeder haat en liefde bij van Dis opwekt, roept zijn mooischrijverij uiteenlopende reacties op bij de recensenten.

De Groene Amsterdammer vindt zijn stijl ‘gladgestreken’ en dus saai. Maar de recensent van HP de Tijd is gehypnotiseerd door de sterke zinnen, die hem doen denken aan het werk van Reve. Van Dis is zelf trouwens niet te hypnotiseren. Zijn moeder heeft het geprobeerd. Hoe dat afliep? Lees het boek; een pijnlijk maar ook komisch dubbelportret van een bijzondere vrouw en haar zoon. Vastgelegd met urgentie, voordat de verhalen samen met haar verloren gaan.

Brieven schrijven

Iets dat nog meer verloren dreigt te gaan, is de kunst van het briefschrijven. Simon Garfield vond dit eeuwig zonde en schreef het boek Ode aan de Brief.DWDD besprak het en bevond het geestig en scherpzinnig. De Volkskrant ging een stapje verder.

De 5-sterren-recensie leest als een liefdesbrief op zich, van recensent aan auteur. Garfield betoogt dat de briefschrijfkunst niet pas recent, maar juist al eeuwen wordt bedreigd. Al toen perkament door papier vervangen werd, werd de brief doodverklaard. In Ode aan de brief komen naast de geschiedenis van de brief bijzondere epistels van bekendheden voorbij. Zoals een brief van Elvis Presley aan president Nixon of een recept voor scones van de Britse koningin Elizabeth II.

Bedrog, vooroordelen en moord

Meer (liefdes)brieven in Geheime Geliefden, een bundeling brieven van Herman Gorter, de dichter, aan twee vrouwen in zijn leven. De titel zegt het al: geen van deze vrouwen was zijn echtgenote. Moreel misschien verwerpelijk, maar qua literaire kwaliteit: 4-sterren van de NRC en uitverkiezing tot een van NRC’s beste boeken van de maand November.

Onrecht is overal. En daarmee ook de excuses daarvoor. Zo zijn vooroordelen niet enkel aan onszelf te wijten, er gaat vaak een historie aan vooraf. In Zie de Mens (5 sterren van de NRC) beschrijft Linda Roodenburg onderzoek uit het verleden dat we liever vergeten, maar dat wel grote gevolgen heeft gehad; over zaken als schedelmaten en rassenkunde.

Nog verder afreizen naar de duistere kant van de mens? Lees Een van Ons.Journaliste Åsne Seierstad beschrijft het leven van de Noorse terrorist Anders Breivik. Van zijn jeugd tot aan de rechtszaak, die ze volledig bijwoonde. Volgens de Volkskrant een weg naar de hel van meer dan vijfhonderd pagina’s. Maar wel geplaveid met 4 fonkelende sterren.

IJzeren gordijn

Het recente 25-jarige ‘jubileum’ van de val van de muur brengt ons nieuwe, en mooie, verhalen van achter het ijzeren gordijn. Rummelplatz van Werner Brauning en Kinderen van Brezjnev van Sana Valiulina waren wel goed voor 4 NRC-sterren, maar niet goed genoeg voor een echte recensie.

De biografie van Tjeschische schrijver, filosoof en president Václav Havel kreeg 5 sterren toebedeeld van de Volkskrant. De recensente was vooral verrukt over de leuke anekdotes.

Noordzee

Michael Pye verandert ons beeld van de middeleeuwen met zijn boek Aan de Rand van de Wereld. Een ronduit magnifiek boek over duizend wervelende jaren aan de Noordzee. Aldus DeWereld Draait Door, die het boek verkoos tot boek van de maand.

En Maarten ’t Hart ontving, op het slotfeest van de campagne Nederland Leest,als eerste schrijver een Diamanten Boek. Van Een vlucht regenwulpen werden een miljoen exemplaren verkocht. Of de 510.000 gratis exemplaren die tijdens de campagne werden weggegeven daar ook bij zaten, is onduidelijk. Maar wij denken van wel.


Gepubliceerd als onderdeel van wekelijkse boekenrubriek op NU.nl
zie voor meer edities hier, hier en hier

Barak Heymann: “Perfect is niet interessant.”

22 november 2016 | Barak Heymann zit bovenaan de houten trap in het EYE Filmmuseum. ‘Wat is het mooi hier, dit had ik niet verwacht. Ik was bang dat ik af moest reizen naar een buitenwijk, toen je vertelde over de veerpont.’

Het is maandag 21 november en vandaag kleurt EYE Cinema 1 in de kleuren van de regenboog; het is Queer Day. De film, die Barak samen met zijn broer Tomer maakte, draait als op-een-na-laatste van de vijf. ‘315 plaatsen?’ vraagt hij enigszins verschrikt. ‘Dat gaat leeg lijken.’

Maar de zaal zit vol.

Who’s Gonna Love Me Now volgt Saar, een homoseksuele, joodse Israëlische man die in Londen woont. Zijn familie heeft moeite met het accepteren van zijn geaardheid en veel verdriet om het feit dat hij hiv-positief is. In Londen heeft Saar een nieuwe familie en geborgenheid gevonden bij het Gay Men’s Choir.

Voor ons, op de tafel, heeft Barak een aantal flyers van de film neergelegd. Op de achtergrond staat een foto van het Gay Men’s Chorus. Opgesteld in vijf rijen boven elkaar; gekleed in rood, geel, groen, blauw en paars. ‘Deze neem ik overal mee naar toe’, zegt hij. ‘Als je een film maakt, moet je er een maken waar je tien jaar later nog met liefde over vertelt. Met deze film zijn we al heel wat plekken afgereisd. Ik kom net van een klein gay filmfestival in St. Petersburg – een plek waar homoseksualiteit nog erg controversieel is en het lef om zo’n festival te organiseren daarmee bewonderenswaardig. In Tel Aviv hadden we een geheime vertoning voor streng gelovige, Joods orthodoxe gays. Zij zitten zo diep in de kast, dat ze niet eens gezien wilden worden bij een commerciële vertoning van de film.’

whos.jpg

‘Het is bijzonder dat je film vertoond wordt op zulke plaatsen en een eer om op een groot festival te zijn, maar het is niet het belangrijkste’, meent Barak. ‘Uiteindelijk hoop en geloof ik dat deze film iets interessants en optimistisch zegt over het leven. Over menselijkheid en de mogelijkheid tot veranderen en verzoening.’
‘Het idee was aanvankelijk om een film te maken over de mogelijkheid om een alternatieve familie te creëren, wanneer je biologische familie jou niet kan omarmen’, legt Barak uit. ‘Maar, zonder al te veel te willen verklappen, kan ik zeggen dat het een totaal andere kant op is gegaan en een heel andere film is geworden.’

Tomer ontmoette Saar twintig jaar geleden in een gay club in Tel Aviv. Vijf jaar geleden was Saar klaar om zijn verhaal te vertellen en ontmoette ook Barak hem voor een gesprek. ‘De eerste zin die Saar tegen mij sprak, was echt een downer’, zegt hij met een kleine glimlach, maar ook bloedserieus. ‘Hij zei dat hij dat hij de meest geweldige familie ter wereld heeft. Ik dacht, shit, ik wil helemaal geen film maken over een perfecte familie.’ Perfect is niet interessant? ‘Nee’, antwoordt Barak resoluut. ‘Doe dat maar als kop voor het interview.’ Hij tekent met zijn handen een krantenkop in de lucht. ‘Perfect is niet interessant. Niet voor de maker en niet voor de kijker.’

‘De volgende drie uur van ons gesprek heeft hij gelukkig zitten klagen. Over hoe homofoob sommige van zijn familieleden nog waren en hoe blij hij was dat hij niet terug naar Israël hoefde. Ik was opgelucht’, herinnert Barak zich. Toen werd het interessant.’

Of Barak denkt dat het filmproces sturend is geweest in de ontwikkelingen binnen Saars familie? ‘Daar hoef ik niet eens over na te denken’, antwoordt Barak meteen. ‘Dat geeft de familie zelf aan na elke vertoning. Dat ze zonder de aanwezigheid van deze artificiële toeschouwer niet zo veel veranderd zouden zijn. Ze zijn geconfronteerd met zichzelf en dat heeft hen geholpen stappen te nemen die ze anders niet, of pas veel later, hadden genomen’. Barak denkt even na en voegt dan toe: ‘Het is heel moeilijk om, vanuit jezelf, tegenover iemand van wie je houdt te gaan zitten, diegene in de ogen aan te kijken en te zeggen: ik heb me als een klootzak gedragen.’ Hij schuift de affiches op de tafel wat heen en weer. ‘We zijn natuurlijk geen psychologen. Maar psychologie is wel een belangrijk deel van onze films.’

Gepubliceerd in de IDFA dagkrant 2016.